Posts tonen met het label vrijheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrijheid. Alle posts tonen

dinsdag 15 september 2015

Over veranderen en verbeteren

Veel bedrijven, overheden, mensen hikken aan tegen veranderen. We zijn snel ontevreden. En in de veranderingen die plaats vinden zien we niet de gewenste verbetering. Wie iets wil veranderen moet bereid zijn te geven en te nemen. Veranderen is iets verplaatsen in ons ecologisch evenwicht. De zon gaat niet harder schijnen, het gaat niet meer of minder regenen als de mens iets verandert. Maar je kunt regen opvangen en gebruiken als drinkwater en je kunt een zonnestraal omzetten in electriciteit of warmte of iets waarmee je jezelf kunt voeden. Mensen veranderen alles wat ze willen voor zover dat binnen hun vermogen ligt. 

Waarom is het dan zo moeilijk om iets te veranderen aan onszelf of aan ons bedrijf of aan onze samenleving? Dat heeft denk ik te maken met hoe we anderen en onszelf beoordelen. Onze persoonlijke gedachten over goed en kwaad bepalen in hoge mate hoe we doen en wie we zijn. Psychologen zeggen dat bij wijze van spreken 90% van wie we zijn in ons onderbewustzijn zit. Daardoor is het moeilijk veranderbaar. Je kunt het niet zien, zelfs niet als je in de spiegel kijkt. Een klap die je op vierjarige leeftijd hebt gehad van je vader kan onderbewust nog steeds een betekenis voor je hebben. Er zijn mensen die dit onderbewustzijn onderzoeken en proberen te observeren via allerlei methoden. Hypnose, Tarotkaarten, astrologie, biechten en allerlei methoden uit de psychologie tot dierproeven toe. Een mens is een natuurlijk wezen. Voor een deel is ons gedrag geautomatiseerd of instinctief. Ons denken bepaalt bij wijze van spreken maar 10% van wie we zijn en wat we zijn. Of hoe we kijken naar ons eigen gedrag.


Als we iets in ons gedrag willen veranderen moeten we persoonlijke keuzen maken. Keuzen waar we lef voor nodig hebben. Keuzen die ons bang maken. Je moet van 90% 10% maken en van 10% 90%. Keuzen die we gek vinden of stout. Keuzen die dom lijken of zielig. Veranderen betekent risico nemen.Je moet de psychologie, sociologie, cultuur, economie als bijgeloof durven zien. Je haren in de wind gooien en ondanks alles jezelf uniek durven vinden.


Dat is niet makkelijk. Want als je iets verandert aan jezelf, zal er ook iets veranderen aan hoe mensen naar je kijken. Onze grootste angst is angst voor de angst. 'Nee hoor ik ben niet bang' zeggen we dan. Of 'Nee hoor ik schaam me nergens voor'. Leugentjes om bestwil. Om onszelf of anderen te beschermen. En ook daar zit weer een angst. Een (ver)bindingsangst. Met wie voel jij je verbonden en wie wil je als vriend behouden. Zo zal een politicus een leugen niet uit de weg gaan als hij daarmee zijn kiezer kan behouden. Veranderen is eerlijk zijn tegen jezelf en tegen anderen. Kritiek of een klacht niet ervaren als een aanval, maar als een tip of een advies, iets dat je kan gebruiken of naast je neer mag leggen. 


Veranderen heeft heel veel te maken met vrijheid, gelijkheid en broederschap. Ieder is vrij om te veranderen als anderen daarvoor de ruimte/vrijheid geven. Broederschap betekent verbonden blijven ook als iemand moeite heeft om de waarheid te vertellen tegen zichzelf of tegen anderen. Het kost tijd om tot inzicht te komen. Wij besturen elkaar niet. Wij besturen alleen onszelf. We zijn ook geen computers waarvan je de software even wisselt. En hoewel een ander een slechte invloed op jou kan hebben, maakt hem of haar nog niet tot een computervirus die jouw harddisk even wist en je verandert in een willoze zombie of slaaf. Mensen maken zichzelf van alles wijs om maar niet te hoeven veranderen. Een oorzaak buiten jezelf zoeken is voor veel mensen de gemakkelijke oplossing. Pessimisme is achterover kunnen leunen. 


Toch is verandering iets heel natuurlijks en gemakkelijks dat we aan de lopende band, iedere dag, ieder uur, ongemerkt en onderbewust doen. Ouder worden is veranderen, wijzer worden is veranderen, leren is veranderen, ontslagen worden is veranderen, TV kijken is veranderen, facebooken is veranderen, groeien is veranderen, krimpen is veranderen. Als je geen verandering ziet kijk je in een spiegel van ontevredenheid/pessimisme. Die ontevredenheid komt voort uit het niet willen accepteren van wat je ziet. Een verandering is iets anders dan een verbetering. Verandering is objectief. Aan verbetering hangt een waardeoordeel en is subjectief. 


Wil je een positieve waardering kunnen geven aan een verandering dan moet je je gedrag richten, inrichten voor je iets van verandering kunt verrichten. Want dan kun je pas meten wat je ziet. Plan en uitvoering. Alignment. Je kunt ook rustig stellen dat iedereen die nooit een verandering ziet een dictator is die alles wil bepalen. Samen richting bepalen zonder een leider of een plan is moeilijk tot onmogelijk. Een plan maakt de lotsverbondenheid en bepaalt de rollen, taken en bevoegdheden die iedereen heeft daarbinnen. Lotsverbondenheid betekent een beperking en bedreigt onze vrijheid en onze gelijkheid. 


Zonder structuur en zonder plan heeft en houdt ieder zijn eigen oordeel en ziet iedereen een andere verandering of geen verandering. Een plan kan de in de samenleving allerlei vormen aannemen, zoals van een wet, een geloof, een wetenschap, een bedrijfsplan, een veranderplan, een bucketlist, een boodschappenlijst of een verkiezingsprogramma. Zonder plan is er geen regel, geen broederschap of lotsverbondenheid. Dus tussen vrijheid en lotsverbondenheid en gelijkheid zit altijd spanning. Tijdens de verandering kunnen we naast de werkelijkheid ook nog het plan wijzigen, ons beeld van de werkelijkheid en ons beeld van onszelf. Die enorme vrijheid en het feit dat we daarin gelijk zijn of gelijkwaardig zijn, maakt veranderen moeilijk. Zelfs SMART kan daardoor STUPID worden.


De vraag of verandering mogelijk is is makkelijk te beantwoorden met ja. De verandering als een verbetering zien is afhankelijk van een gezamenlijk kader of een plan. Onszelf veranderen is het moeilijkste van alles, omdat iedereen daarin zijn eigen vrijheid en verantwoordelijkheid heeft en mag nemen. Is de samenleving dan nog maakbaar? Is je bedrijf nog bestuurbaar? Kan jij zelf nog iets leren? 


Ik zeg drie keer ja Dat komt vooral omdat ik een optimist ben, ik zie altijd een glas dat halfvol is. Dat komt niet vanzelf. Als ik een half leeg glas zie besluit ik dat het half vol is. Het is een keuze. Gelukkig wordt je niet, gelukkig moet je willen zijn. Als je niet gelukkig bent, is verandering gedoemd te mislukken in je hoofd. Niemand zal ooit iets van je pogingen ervaren of zien. Pessimisme slaat alles dood.Een optimist kiest altijd de moeilijke weg. Pessimisme is gemakkelijker. Je geeft op voor je bent begonnen en als het is geëindigd zie je geen verbetering.


Wat ben jij en wat wil jij zijn? Een optimist of een pessimist? Denk jij dat je de wereld kunt verbeteren te beginnen met hoe je ertegenaan kijkt? Of laat je je liever lijdzaam leiden door je diepe onderbewustzijn, waarvoor anderen verantwoordelijk zijn. Change je 10 naar 90. Pak je verantwoordelijkheid en begin vandaag.

woensdag 13 mei 2015

De kunst van het afkijken

http://www.nrc.nl/opinie/2015/05/11/en-nu-verpest-dekker-de-correctie-op-eindexamens/

'Een goed onderwijssysteem is gebaseerd op voorzeggen en afkijken'. Deze kennis heb ik van een oud collega bij de inspectie geleerd, Een gerenommeerde en wijze onderwijsinspecteur met veel ervaring in ons Nederlandse onderwijs. Mensen zijn kuddedieren, onze ouders en docenten en de wetenschap zeggen ons alles voor en als we het even niet meer weten kijken we gewoon bij elkaar de kunst af. Zo leren kinderen/leerlingen/studenten alles wat ze als professional moeten weten in het leven. Toch hebben we er een grote hekel aan. Op het internet heet het wel 'copy paste' en de dader heet al snel een 'copy cat'. Wie een film download is een dief. Waarom? Omdat kennis macht is en omdat de productie van kennis in onze moderne samenleving geld kost. Mensen willen eenvoudig niet worden gepasseerd. We omgeven alles wat we weten met hekken en prikkeldraad, met auteursrecht en merkenrecht. We hebben een hekel aan de talenten die ons in de ratrace links en rechts voorbijgaan. We zouden er trots op moeten zijn. We zouden ze het succes moeten gunnen. Maar goed, de zeven hoofdzonden van de mens hoef ik hier echt niet meer uit te leggen.

Nu de examens weer zijn begonnen en de Citoscores net binnen zijn ontstaat weer de jaarlijkse discussie over het monopolie van de Citogroep op dit gebied. Of zoals hierboven over het nakijkwerk door de docent daarna. We toetsen nog steeds ouderwets op papier en de examens komen uit een zorgvuldig bewaarde envelop. Ondertussen bestaan er al jarenlang veel betere en geavanceerdere methoden om te toetsen, waar zelfs geen mens meer aan te pas hoeft te komen. Met een computer kun je alles interactief en adaptief meten en vaststellen, nauwkeuriger en minder beïnvloedbaar. Je hoeft het niet eens zelf na te kijken. De computer doet de voorwas. Leerlingen hoeven daarvoor niet eens dezelfde toets te doen. Opgaven die ze niet kunnen maken hoeven ook niet aangeboden te worden. Je kunt leerlingen eenvoudig alleen toetsen met de opgaven die ze gemakkelijk en goed kunnen doen. Je hebt geen te moeilijke of te makkelijke opgaven nodig voor een goede toets. Toen ik onderwijskunde studeerde in Twente (1985) was dat al wereldwijd bekend en in de 11 jaren dat ik bij de Inspectie van het Onderwijs werkte zijn er ook vele (interne) discussies over gevoerd.

Waarom de werkelijkheid dan nog steeds zo is, vraag je je wel eens af. Een belangrijke verklaring ligt in de werking van de Nederlandse politiek. Uiteindelijk hield de Tweede Kamer de meeste vernieuwingen aan de poort tegen en verving ze door bezuinigingen. De Mammoetwet, De Middenschool. De basisschool. De basisvorming. Het VMBO. De doorstroomprofielen. De KBL, de BBL en de BOL. De leerwegen. De vernieuwingen die elkaar in hoog tempo opvolgden. Het ging volgens de Tweede Kamer telkens te snel en dus niet goed. Bovendien was alles te duur voor de belastingbetaler. En dus was er genoeg reden om op de rem te gaan staan met uiteindelijk een paar stevige monopolies en mammoet-machtsblokken in het onderwijs tot gevolg. Want naast Cito zijn er nog een paar zoals bijvoorbeeld de SLO, de PO raad, de VO raad, de MBO raad, de HO raad en de VSNU en de landelijke organen van het Beroepsonderwijs. Zij maakten de keuzen die de politiek niet zelf durfde te maken. En zij kiezen hoofdzakelijk voor zelfbehoud en behoud en nog eens behoud.

Onderwijsvernieuwing, er is veel goeds bedacht en er is verdacht weinig geïmplementeerd. Uiteindelijk heeft de vrijheid van onderwijs er het meest onder geleden, die is door het uitblijven van politieke maatregelen en keuzen tot een minimum beperkt. Eigenlijk is er geen vrijheid meer. De inspectie kan de kwaliteitsverschillen tussen scholen dan ook bijna niet meer ontdekken. Alles is in het onderwijs is zwaar geïndustrialiseerd en daardoor geheel verouderd, het klassikale systeem voert nog steeds de boventoon, onderwijzers doen hun werk met oogkleppen op en sjokken braaf achter hun manager aan. Het bestuur klaagt over de directie, de directie over het management en het management over de docenten. Gelukkig klaagt er niemand over ouders en leerlingen. Het onderwijs is vergeven van de kwaliteitsnormen en kwaliteitssystemen. Leerlingen zeggen in deze tijd zeer terecht dat ze worden opgehokt in een lesbatterij met docenten voor de klas die te weinig weten.

Dit fenomeen is zelfs doorgedrongen tot onze meest krachtige bolwerken van kennis en wetenschap, de universiteiten zelf. Gelukkig zijn studenten daar mondiger en volwassener en hebben we hebben dan ook eindelijk weer eens een Maagdenhuisbezetting gehad. Het oorspronkelijke idee van Leonardo da Vinci voor de universiteit was: 'Uomo Universale', ontwikkel de hele mens. Dit idee staat totaal haaks op het ontstaan van specialismen en het denken in vakgebieden zoals dit nu in ons onderwijssysteem en op universiteiten gebeurt. Een specialisatie is vooral belangrijk voor leerlingen die niet zo veel kunnen. Hoe kan het zijn dat nu op alle niveaus in ons onderwijs idiote nieuwe specialismen en opleidingen zijn ontwikkeld? Willen we onze studenten soms dom houden? Waarom leggen we nu ons lot en onze wetenschap in handen van mensen die heel veel weten van heel weinig? Dat is een enorm risico. Om nieuwe kennis te ontwikkelen moet je juist heel veel kennis hebben van heel veel vakgebieden. Je moet er overheen en er doorheen en er onderdoor.

Ons onderwijssysteem is ziek en dat komt onder andere omdat we er geen geld aan wilden uitgeven. Maar er is nog een belangrijkere aanwijsbare oorzaak die we hier moeten vermelden. De angst dat het mis kan gaan. Het zijn tenslotte onze kinderen. We willen niets fout doen in het onderwijs, dus doen we alles fout, dan valt die ene fout (toegeven aan angst, risico mijden) niet meer op. Dus maken we onze opleidingen smaller en smaller tot niemand meer iets weet. Want uiteindelijk weten we vrijwel alles van niets of vrijwel niets van alles. Juist door ons zwaar geïndustrialiseerde onderwijssysteem is daarvan weinig kwaliteit meer te verwachten. Zelfs personeelszaken klaagt erover: diploma's zijn nietszeggende documenten geworden met nietszeggende titels.

We mogen dus maar wat blij zijn dat mensen 'eigenwijs' zijn en ook buiten het onderwijs leren door bij elkaar af te kijken of door elkaar bijvoorbeeld via Wikipedia en internet alles voor te zeggen.

zaterdag 1 november 2014

Vrijheid, gelijkheid en broederschap, in memoriam: Steve Jobs


Vandaag was mijn goede vriend Remi uit Parijs op bezoek samen met zijn oudste zoon Jeremy. Hij is Frans en hij heeft moeite met de crisis en met politici in Frankrijk die het alleen maar hebben over: Egalité, Fraternité et Liberté. Hij ziet de kloof tussen arm en rijk in de wereld alleen maar groter worden en in Parijs broeit het. De armen zijn ontevreden en ongelukkig en een mogelijke revolutie en geweld op straat wordt vrijwel door iedereen gevreesd. De crisis moet stoppen, mensen hebben honger.

Ik ben een dromer en een politicus. Ik droom van een betere wereld en hoop dat door politiek ook te bereiken. Politiek is voor mij dromen, delen, denken en doen. Dat start in je gezin, gaat door in je straat, vindt plaats op je werk en stroomt verder in een raadzaal, een statenzaal, een Tweede of een Eerste Kamer, een Europarlement, een VN Veiligheidsraad, maar ook in een winkel, op een werkplek of in een willekeurige 'boardroom'. Politiek gaat in essentie om drie dingen: vrijheid, gelijkheid en verbondenheid (in een mannenmaatschappij broederschap:).

We hebben een lang gesprek gehad en in mijn beperkte Frans, af en toe met handen en voeten en af en toe in het Engels dat zoon Jeremy geduldig voor zijn vader vertaalde, heb ik geprobeerd te duiden wat een crisis is en hoe een land zich daar volgens mij met saamhorigheid doorheen kan slaan. In de economie is geld niet meer dan een afspraak en in een crisis worden veel van die afspraken niet nagekomen. Zoals een werknemer die heeft afgesproken dat hij de lening voor een huis aan de bank terug zal betalen, maar dat niet kan, omdat hij geen werk meer heeft.

Een afspraak die vervalt is geld dat in rook opgaat. Zeepbellen die dagelijks uiteen spatten. Een proces dat stopt en niet meer werkt. Afspraken in de economie zijn een verzameling dominostenen, als er één valt gaan er velen. Gelukkig zijn mensen geen dominostenen en kunnen ze na een val, soms met enige hulp ook weer opstaan.

Wat er in de economie gebeurt, kun je vergelijken met wat dagelijks in ieder gezin gebeurt. Je spreekt af met je kinderen dat ze hun huiswerk maken en de vaatwasser uitruimen voor ze gaan voetballen. Maar de kans is groot dat je moe thuis komt en je kind lachend en onder de modder voor je verschijnt met zijn bal onder de arm. Dat je vertederend naar hem lacht, hem vervolgens boos aan zijn huiswerk zet en daarna zelf de vaatwasser uitruimt. Een dagelijks crisis die voort duurt tot je kind het begrijpt en werkelijk gaat doen wat hij heeft beloofd. Volwassen worden is wat je doet in lijn brengen met wat je droomt, deelt en denkt.

We hebben het ook gehad over economie en het ruilen van goederen. We zaten aan de ontbijttafel en dus gaf ik Remi de boter en nam zelf de peperkoek. Ik vroeg hem wil je deze peperkoek en mag ik dan van jou de boter. Remi begreep het onmiddellijk, we ruilden. Ruilen is economie. Ik pakte vervolgens 10 euro en ruilde de peperkoek terug voor 10 euro. Vervolgens ruilde ik de boter voor de 10 euro die ik hem gegeven had. Het effect was hetzelfde. De boter werd geruild voor de peperkoek. En ik had nog steeds 10 euro. Geld is in de economie niet belangrijk.

Maar wat is dan het verschil tussen rijk en arm? Ik vroeg Remi: Wie is rijk? Voorbeelden zijn makkelijk te vinden. Bill Gates, Carlos Slim, Anancio Ortega, Liliane Bettencourt. Hun rijkdom bestaat grotendeels uit bezit. Zij bezitten bedrijven en winkels en huizen en land. Dingen van stenen en zand. Maar zand of een steen is geen geld.

Als iemand het bedrijf Microsoft, dat voor een belangrijk deel eigendom is van Bill Gates, zou verkopen zou Bill een slordige 76 miljard dollar op de bank hebben staan. Dat is slechts een papieren afspraak. Want er is niemand zo rijk om dat te doen. Carlos Slim zou om het bedrijf van Bill te kunnen kopen alles moeten verkopen wat hij bezit en dan nog zou hij Microsoft niet kunnen betalen. En Bill is bijna de enige die dat bedrijf van Carlos kan kopen, dus het enige dat ze feitelijk kunnen doen is hun bedrijven met elkaar ruilen. Je merkt het, dit gedachtenexperiment klinkt nu al min of meer idioot.

Maar wat is dan wel het verschil tussen arm en rijk? Wel, het klinkt misschien gek, maar rijke mensen zijn populair. Bill is populair bij 128.000 medewerkers en bij heel veel klanten die dagelijks met producten van Microsoft werken. Zo was Michael Jackson populair bij alle mensen die zijn muziek luisteren en zijn dansjes nadoen en zijn concerten bezochten. Zo is Oprah Winfrey populair bij miljoenen kijkers die haar adoreren en ook bij de grote merken die er veel geld voor over hadden om de reclameblokken in haar programma's te kopen. Zo zijn de Paus en de Dalai Lama en vele televisiedominees populair bij hun aanhang, omdat zij geven belangrijker vinden in het leven dan krijgen. En iedereen die dat gelooft is natuurlijk bereid om een donatie te doen.

Microsoft (Bill) betaalt iedere maand 128.000 medewerkers, waaronder Bill Gates zelf, een loon of een salaris in ruil voor het werk dat zij voor Microsoft doen. In 2014 maakte het bedrijf 85 miljard dollar omzet en 22 miljard dollar winst. Er zijn dus 128.000 huishoudens verbonden met het bedrijf. Bij een gemiddeld jaarinkomen van 30.000 euro, krijgt iedere medewerker 2500 euro per maand en betaalt het bedrijf dus iedere maand 300 miljoen aan salarissen uit. Dat is allemaal verbondenheid en onderdeel van populariteit.

Met hun salaris krijgen de medewerkers van Bill Gates feitelijk weer een beetje vrijheid, waar ze mee mogen doen wat ze willen. Ook al is die vrijheid zeer beperkt en zijn ze zeker verplicht om rente te betalen op hun hypotheek (of huur aan de woningbouwvereniging) en belasting aan de staat. Thuis zal een belangrijk deel op gaan aan eten dat ze nodig hebben om in leven te blijven en gezond te blijven om morgen weer te kunnen werken. We zijn immers de slaven van ons lichaam, dat iedere dag moet eten, drinken, slapen en ademen om in leven te blijven. Als het valt moet het opstaan. Als het ziek is moet het weer gezond worden. Daarin is ieder mens gelijk.

Eigendom of rijkdom in termen van geld is dus voor een belangrijk deel een papieren tijger. Rijkdom in termen van geld hebben, bestaat niet en armoede in termen van 'geen geld' hebben bestaat evenmin. Arm zijn gaat veel meer over uitsluiting en over niet mee kunnen doen, over niets te eten hebben of geen huis of geen school of geen straatverlichting. Armoede gaat over geen toegang tot het proces, toegang tot de economie en het werk. Armoede gaat over de onmogelijkheid om mee te doen. Iemand die weinig geld heeft is niet arm als hij of zij iedere dag kan werken voor geld. In een ideale economie heeft iedereen aan het einde van de dag een dak boven zijn hoofd, een maaltijd achter de kiezen en een gezonde nachtrust voor de boeg. Als het aan die zaken ontbreekt ben je arm.

Wie zijn dan arm? Arm zijn zij die niet mogen, niet kunnen of niet willen meedoen. Zij die niet met anderen verbonden zijn, niet meer vrij zijn in hun doen en laten en niet meer gelijk zijn aan ons. Arm is daarom een kwestie van interpretatie en definitie. Arm zijn is ook een 'state of mind', een geloof of een neuro-linguïstisch programma in je hoofd. Arm zijn is een droom die een nachtmerrie is geworden. Optimisme dat is omgeslagen in pessimisme. Zolang iemand zichzelf met of zonder hulp van anderen in onze samenleving kan redden is hij of zij rijk. Rijk zijn heeft veel meer te maken met gelukkig en verbonden zijn, dan met hoeveel geld je hebt of kunt verdienen.

Dus als Bill Gates niet meer zou kunnen slapen, omdat hij niet meer weet hoe hij morgen de salarissen gaat betalen dan is hij arm en zijn medewerkers ook. Gelukkig gebeurt dat nooit. Daarvoor zijn er banken en overheden. Banken houden netjes bij dat Bill genoeg bezit heeft om salaris te betalen en lenen hem desnoods geld om dat te doen. Bill kan altijd een hypotheek nemen op zijn bezit en zijn populariteit bij Microsoft. De overheid ziet toe dat dit alles rechtvaardig en eerlijk gebeurt. En Bill geniet gelukkig ons vertrouwen.

Deze waarheid rond Bill Gates is betrekkelijk, want hoe rijk Bill ook is, ook hij kan failliet gaan. Als klanten morgen overstappen van Microsoft naar Google is dat in een dag waarschijnlijk al gebeurd. Gelukkig heeft Bill contracten en afspraken met zijn klanten en weet hij dat dat niet zo maar kan gebeuren. Ook hier zit wederzijds verbondenheid.

Iedereen die een huis bezit kan dit nagaan. In deze tijd is je huis verkopen niet gemakkelijk en het risico dat je er minder voor krijgt dan nodig is om je hypotheek af te betalen is in deze crisistijd groot. Veel mensen zitten bijna opgesloten in hun eigen huis, hun eigen bezit. Zij zijn dientengevolge arm. Ze kunnen er niet van scheiden en ze zijn dus niet meer vrij.

Het is interessant om huren en bewonen te vergelijken met kopen en bezitten. Huren is dan wel duurder, maar ook makkelijker opzegbaar. Iemand die huurt is feitelijk vrijer dan iemand die bezit. Als je je huur niet kunt betalen krijg je subsidie en uitzetten is moeilijk. Een verhuurder die geen huur ontvangt moet zelf wel de hypotheekrente en de aflossing betalen. Mensen die huren zijn daarom in Nederland door de crisis rijker geworden dan mensen die een huis bezitten dat met een hypotheek is belast en 'onder water' staat.

Arm zijn ook de ondernemers met te weinig klanten, ZZP-ers met te weinig opdrachtgevers en mensen die hun baan zijn kwijt geraakt. Zij zijn niet arm omdat ze het einde van de maand hun rekeningen niet kunnen betalen. Ze zijn arm omdat 'we': 'consumenten, opdrachtgevers en werkgevers', ze links laten liggen en omdat 'we' ze niet meer betrekken bij en verbinden met onze gemeenschap.

Toen de economie goed draaide wilden we zelfstandigen die flexibel en ongebonden waren. Nu het crisis is merk je dat er stemmen opgaan om de zelfstandigenaftrek te beperken. Zelfstandigen zijn voor de samenleving ineens te duur geworden en dus worden ze politiek in de ban gedaan. Ook individuen die sparen en consuminderen doen ondernemers nu de das om. En het scheelt niet veel of mensen in de bijstand moeten een elektronische armband dragen, zodat we ze altijd en overal kunnen volgen om te zien of ze niet stiekem toch werken of een diefstal plegen.

Gelukkig laat het meeste dat we doen zich niet vertalen in geld. Gelukkig kunnen we ook gratis iets voor een ander doen. We zijn dus altijd vrijer dan we denken. We hoeven niet voor ieder product of iedere dienst geld te vragen. Dat is de kern van onze vrijheid. Mensen doen heel veel vrijwilligerswerk of leveren service waar je niet voor betaald of ze doneren geld zonder dat ze daar direct iets voor terug verwachten.

Voor iemand die rijk en populair is, lijkt dat misschien makkelijker. 'The winner takes it all'. Neem bijvoorbeeld Oprah die de koelkasten van een ander bedrijf mag weggeven, omdat het bedrijf graag reclame wil maken en Oprah terecht liever geen belasting betaalt over wat ze toch van plan is om weg te geven. Oprah werkt immers niet voor het geld of voor de koelkast maar voor haar kijkers die een koelkast denken nodig te hebben. Ook mensen die weinig hebben, kunnen altijd geven. Je kan altijd een deur open houden of iemand helpen met oversteken of boodschappen of de tuin voor iemand doen.

Het verschil tussen arm en rijk heeft dus vooral te maken met verbondenheid. Onze populariteit, ons vertrouwen en onze afspraken zijn vormen of delen van die verbondenheid. Een verbondenheid die we continu vertalen in het ruilen van geld voor producten en diensten die voor ons van waarde zijn en andersom. De enige die een economie uiteindelijk weer op gang kan brengen is niet de overheid of het bedrijfsleven. We zijn het zelf. Het kopen van een iphone of een smartphone is een bijdrage net als het werken in een fabriek waar iphones en smartphones worden gemaakt een bijdrage is.

Ik kan het niet beter verwoorden dan Rob, gelukkige bezitter van een iphone die in het condoleance register voor Steve Jobs op de site van Apple het volgende schrijft:

"Steve, Thanks for changing the world, for thinking different, for not only creating the technology, but for giving it a heart and soul. For making it just work. Thanks for inspiring me with your creations and visions... My condoleances to your family and loved ones... Your unknown friend and ally, Rob".

Vrijheid, gelijkheid en broederschap, Remi kreeg er een beter gevoel bij.
De vaatwasser uitruimen en je huiswerk maken voor een lekker potje voetbal;)
Een euro is daarbij van geen belang.