Posts tonen met het label Joost van den Donk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joost van den Donk. Alle posts tonen

donderdag 24 september 2015

Prijzen in natura

Zojuist heeft de Postcodeloterij vier koffers afgeleverd. Twee voor ons en twee voor de buren. Lege nieuwe koffers welteverstaan. Waar de geldprijs is, is een groot raadsel....

Iedere maand koop ik twee loten. Je weet het niet..., snel rijk worden lost veel problemen op. Ik doe het al jaren zonder resultaat. Vroeger nog wel eens vijf of tien euro gewonnen.

Meedoen aan de loterij herinnert mij er telkens aan dat leven vol kansen en risico's is. Dat toeval in ons bestaan een grote rol speelt en dat niet meedoen aan het leven, het rad van fortuin geen optie is. Dus braaf stort ik iedere maand mijn geld.

Ik mag de gegeven koffers natuurlijk niet inkijken. Het is een gegeven paard. Maar goed dan herinner je je het verhaal van Troje en dan denk je toch even spieken. Leeg dus. Niets nada niente. Gelukkig veen kofferbom.

Soms vraag ik mij af wat ze bij de postcodeloterij denken? Mijnheer van den Donk zal blij zijn met de koffers. De koffers zijn van het merk, uh, Postcodeloterij. Prachtig in de huiskleuren en de huisstijl Postcodeloterij.
Nu krijg ik wel eens een sigaar uit eigen doos van mijnheer Rutte, maar die geeft dat dan wel in 1000 klinkende vrij besteedbare Euro's. Hier krijg ik een sigaar uit eigen doos van een marketing expert in de top van de Postcodeloterij met te weinig budget.

Weet je wat dacht hij. Ik vraag Samsonite (of wie dan ook) om koffers met korting, die betaal ik met de geldprijs van mijnheer van de Donk, dan gebruik ik mijn budget voor de styling van die koffer. En als mijnheer van den Donk dan op vakantie gaat is hij mijn ambassadeur. Mijnheer van den Donk heeft vast nog nooit zo'n mooie koffer gehad voor zo'n zachte prijs.

Nou Postcodeloterij bedankt. Ik had al koffers. Wat moet ik hier nou mee? U weet ik ben milieubewust. U weet ik ga die koffers gebruiken. U weet dat ik niets weggooi. Toch ben ik woest. Woest over uw arrogantie. Woest over uw list en bedrog. Woest over het feit dat u mij vrijheid ontneemt.

Ondertussen ben ik blij voor de arbeiders bij de kofferfabrikant. Zij hebben tenminste wat geld verdiend. Ik hoop een eerlijk loon. Dan ben ik weer woest over de directie bij de kofferfabrikant. En zo kan ik nog wel even doorgaan tot ik van woest via rouw en verdriet weer tot rust kom.

Straks sta ik slaafs in de rij bij de douane. Tussen alle andere slachtoffers met dezelfde koffers. Zal ik glimlachen, zal ik huilen, zal ik opnieuw in woede uitbarsten. Ik weet het niet. De marketing expert bij de Postcodeloterij is dronken aan de macht, hij is stout en dom en gek en uiteindelijk gewoon zielig. Ziek van geldzucht verspilt hij kostbare grondstoffen vrijheid en geluk van mensen.

Oh was ik zelf maar dom dan was ik zijn blije ambassadeur met twee mooie koffers in de rij naar een geweldig vakantieoord. Thailand bijvoorbeeld. Waar iedereen je dan vraagt waar koop je die koffers?

Sorry dat weet ik niet zeg ik dan. Nee als je geen NL-postcode hebt kan je niet meedoen. Ja u kunt natuurlijk een huis kopen of huren in Nederland... Een postbus? Hm ik weet niet of je dan in aanmerking komt voor de straatprijs...

dinsdag 15 september 2015

Over veranderen en verbeteren

Veel bedrijven, overheden, mensen hikken aan tegen veranderen. We zijn snel ontevreden. En in de veranderingen die plaats vinden zien we niet de gewenste verbetering. Wie iets wil veranderen moet bereid zijn te geven en te nemen. Veranderen is iets verplaatsen in ons ecologisch evenwicht. De zon gaat niet harder schijnen, het gaat niet meer of minder regenen als de mens iets verandert. Maar je kunt regen opvangen en gebruiken als drinkwater en je kunt een zonnestraal omzetten in electriciteit of warmte of iets waarmee je jezelf kunt voeden. Mensen veranderen alles wat ze willen voor zover dat binnen hun vermogen ligt. 

Waarom is het dan zo moeilijk om iets te veranderen aan onszelf of aan ons bedrijf of aan onze samenleving? Dat heeft denk ik te maken met hoe we anderen en onszelf beoordelen. Onze persoonlijke gedachten over goed en kwaad bepalen in hoge mate hoe we doen en wie we zijn. Psychologen zeggen dat bij wijze van spreken 90% van wie we zijn in ons onderbewustzijn zit. Daardoor is het moeilijk veranderbaar. Je kunt het niet zien, zelfs niet als je in de spiegel kijkt. Een klap die je op vierjarige leeftijd hebt gehad van je vader kan onderbewust nog steeds een betekenis voor je hebben. Er zijn mensen die dit onderbewustzijn onderzoeken en proberen te observeren via allerlei methoden. Hypnose, Tarotkaarten, astrologie, biechten en allerlei methoden uit de psychologie tot dierproeven toe. Een mens is een natuurlijk wezen. Voor een deel is ons gedrag geautomatiseerd of instinctief. Ons denken bepaalt bij wijze van spreken maar 10% van wie we zijn en wat we zijn. Of hoe we kijken naar ons eigen gedrag.


Als we iets in ons gedrag willen veranderen moeten we persoonlijke keuzen maken. Keuzen waar we lef voor nodig hebben. Keuzen die ons bang maken. Je moet van 90% 10% maken en van 10% 90%. Keuzen die we gek vinden of stout. Keuzen die dom lijken of zielig. Veranderen betekent risico nemen.Je moet de psychologie, sociologie, cultuur, economie als bijgeloof durven zien. Je haren in de wind gooien en ondanks alles jezelf uniek durven vinden.


Dat is niet makkelijk. Want als je iets verandert aan jezelf, zal er ook iets veranderen aan hoe mensen naar je kijken. Onze grootste angst is angst voor de angst. 'Nee hoor ik ben niet bang' zeggen we dan. Of 'Nee hoor ik schaam me nergens voor'. Leugentjes om bestwil. Om onszelf of anderen te beschermen. En ook daar zit weer een angst. Een (ver)bindingsangst. Met wie voel jij je verbonden en wie wil je als vriend behouden. Zo zal een politicus een leugen niet uit de weg gaan als hij daarmee zijn kiezer kan behouden. Veranderen is eerlijk zijn tegen jezelf en tegen anderen. Kritiek of een klacht niet ervaren als een aanval, maar als een tip of een advies, iets dat je kan gebruiken of naast je neer mag leggen. 


Veranderen heeft heel veel te maken met vrijheid, gelijkheid en broederschap. Ieder is vrij om te veranderen als anderen daarvoor de ruimte/vrijheid geven. Broederschap betekent verbonden blijven ook als iemand moeite heeft om de waarheid te vertellen tegen zichzelf of tegen anderen. Het kost tijd om tot inzicht te komen. Wij besturen elkaar niet. Wij besturen alleen onszelf. We zijn ook geen computers waarvan je de software even wisselt. En hoewel een ander een slechte invloed op jou kan hebben, maakt hem of haar nog niet tot een computervirus die jouw harddisk even wist en je verandert in een willoze zombie of slaaf. Mensen maken zichzelf van alles wijs om maar niet te hoeven veranderen. Een oorzaak buiten jezelf zoeken is voor veel mensen de gemakkelijke oplossing. Pessimisme is achterover kunnen leunen. 


Toch is verandering iets heel natuurlijks en gemakkelijks dat we aan de lopende band, iedere dag, ieder uur, ongemerkt en onderbewust doen. Ouder worden is veranderen, wijzer worden is veranderen, leren is veranderen, ontslagen worden is veranderen, TV kijken is veranderen, facebooken is veranderen, groeien is veranderen, krimpen is veranderen. Als je geen verandering ziet kijk je in een spiegel van ontevredenheid/pessimisme. Die ontevredenheid komt voort uit het niet willen accepteren van wat je ziet. Een verandering is iets anders dan een verbetering. Verandering is objectief. Aan verbetering hangt een waardeoordeel en is subjectief. 


Wil je een positieve waardering kunnen geven aan een verandering dan moet je je gedrag richten, inrichten voor je iets van verandering kunt verrichten. Want dan kun je pas meten wat je ziet. Plan en uitvoering. Alignment. Je kunt ook rustig stellen dat iedereen die nooit een verandering ziet een dictator is die alles wil bepalen. Samen richting bepalen zonder een leider of een plan is moeilijk tot onmogelijk. Een plan maakt de lotsverbondenheid en bepaalt de rollen, taken en bevoegdheden die iedereen heeft daarbinnen. Lotsverbondenheid betekent een beperking en bedreigt onze vrijheid en onze gelijkheid. 


Zonder structuur en zonder plan heeft en houdt ieder zijn eigen oordeel en ziet iedereen een andere verandering of geen verandering. Een plan kan de in de samenleving allerlei vormen aannemen, zoals van een wet, een geloof, een wetenschap, een bedrijfsplan, een veranderplan, een bucketlist, een boodschappenlijst of een verkiezingsprogramma. Zonder plan is er geen regel, geen broederschap of lotsverbondenheid. Dus tussen vrijheid en lotsverbondenheid en gelijkheid zit altijd spanning. Tijdens de verandering kunnen we naast de werkelijkheid ook nog het plan wijzigen, ons beeld van de werkelijkheid en ons beeld van onszelf. Die enorme vrijheid en het feit dat we daarin gelijk zijn of gelijkwaardig zijn, maakt veranderen moeilijk. Zelfs SMART kan daardoor STUPID worden.


De vraag of verandering mogelijk is is makkelijk te beantwoorden met ja. De verandering als een verbetering zien is afhankelijk van een gezamenlijk kader of een plan. Onszelf veranderen is het moeilijkste van alles, omdat iedereen daarin zijn eigen vrijheid en verantwoordelijkheid heeft en mag nemen. Is de samenleving dan nog maakbaar? Is je bedrijf nog bestuurbaar? Kan jij zelf nog iets leren? 


Ik zeg drie keer ja Dat komt vooral omdat ik een optimist ben, ik zie altijd een glas dat halfvol is. Dat komt niet vanzelf. Als ik een half leeg glas zie besluit ik dat het half vol is. Het is een keuze. Gelukkig wordt je niet, gelukkig moet je willen zijn. Als je niet gelukkig bent, is verandering gedoemd te mislukken in je hoofd. Niemand zal ooit iets van je pogingen ervaren of zien. Pessimisme slaat alles dood.Een optimist kiest altijd de moeilijke weg. Pessimisme is gemakkelijker. Je geeft op voor je bent begonnen en als het is geëindigd zie je geen verbetering.


Wat ben jij en wat wil jij zijn? Een optimist of een pessimist? Denk jij dat je de wereld kunt verbeteren te beginnen met hoe je ertegenaan kijkt? Of laat je je liever lijdzaam leiden door je diepe onderbewustzijn, waarvoor anderen verantwoordelijk zijn. Change je 10 naar 90. Pak je verantwoordelijkheid en begin vandaag.

woensdag 13 mei 2015

De kunst van het afkijken

http://www.nrc.nl/opinie/2015/05/11/en-nu-verpest-dekker-de-correctie-op-eindexamens/

'Een goed onderwijssysteem is gebaseerd op voorzeggen en afkijken'. Deze kennis heb ik van een oud collega bij de inspectie geleerd, Een gerenommeerde en wijze onderwijsinspecteur met veel ervaring in ons Nederlandse onderwijs. Mensen zijn kuddedieren, onze ouders en docenten en de wetenschap zeggen ons alles voor en als we het even niet meer weten kijken we gewoon bij elkaar de kunst af. Zo leren kinderen/leerlingen/studenten alles wat ze als professional moeten weten in het leven. Toch hebben we er een grote hekel aan. Op het internet heet het wel 'copy paste' en de dader heet al snel een 'copy cat'. Wie een film download is een dief. Waarom? Omdat kennis macht is en omdat de productie van kennis in onze moderne samenleving geld kost. Mensen willen eenvoudig niet worden gepasseerd. We omgeven alles wat we weten met hekken en prikkeldraad, met auteursrecht en merkenrecht. We hebben een hekel aan de talenten die ons in de ratrace links en rechts voorbijgaan. We zouden er trots op moeten zijn. We zouden ze het succes moeten gunnen. Maar goed, de zeven hoofdzonden van de mens hoef ik hier echt niet meer uit te leggen.

Nu de examens weer zijn begonnen en de Citoscores net binnen zijn ontstaat weer de jaarlijkse discussie over het monopolie van de Citogroep op dit gebied. Of zoals hierboven over het nakijkwerk door de docent daarna. We toetsen nog steeds ouderwets op papier en de examens komen uit een zorgvuldig bewaarde envelop. Ondertussen bestaan er al jarenlang veel betere en geavanceerdere methoden om te toetsen, waar zelfs geen mens meer aan te pas hoeft te komen. Met een computer kun je alles interactief en adaptief meten en vaststellen, nauwkeuriger en minder beïnvloedbaar. Je hoeft het niet eens zelf na te kijken. De computer doet de voorwas. Leerlingen hoeven daarvoor niet eens dezelfde toets te doen. Opgaven die ze niet kunnen maken hoeven ook niet aangeboden te worden. Je kunt leerlingen eenvoudig alleen toetsen met de opgaven die ze gemakkelijk en goed kunnen doen. Je hebt geen te moeilijke of te makkelijke opgaven nodig voor een goede toets. Toen ik onderwijskunde studeerde in Twente (1985) was dat al wereldwijd bekend en in de 11 jaren dat ik bij de Inspectie van het Onderwijs werkte zijn er ook vele (interne) discussies over gevoerd.

Waarom de werkelijkheid dan nog steeds zo is, vraag je je wel eens af. Een belangrijke verklaring ligt in de werking van de Nederlandse politiek. Uiteindelijk hield de Tweede Kamer de meeste vernieuwingen aan de poort tegen en verving ze door bezuinigingen. De Mammoetwet, De Middenschool. De basisschool. De basisvorming. Het VMBO. De doorstroomprofielen. De KBL, de BBL en de BOL. De leerwegen. De vernieuwingen die elkaar in hoog tempo opvolgden. Het ging volgens de Tweede Kamer telkens te snel en dus niet goed. Bovendien was alles te duur voor de belastingbetaler. En dus was er genoeg reden om op de rem te gaan staan met uiteindelijk een paar stevige monopolies en mammoet-machtsblokken in het onderwijs tot gevolg. Want naast Cito zijn er nog een paar zoals bijvoorbeeld de SLO, de PO raad, de VO raad, de MBO raad, de HO raad en de VSNU en de landelijke organen van het Beroepsonderwijs. Zij maakten de keuzen die de politiek niet zelf durfde te maken. En zij kiezen hoofdzakelijk voor zelfbehoud en behoud en nog eens behoud.

Onderwijsvernieuwing, er is veel goeds bedacht en er is verdacht weinig geïmplementeerd. Uiteindelijk heeft de vrijheid van onderwijs er het meest onder geleden, die is door het uitblijven van politieke maatregelen en keuzen tot een minimum beperkt. Eigenlijk is er geen vrijheid meer. De inspectie kan de kwaliteitsverschillen tussen scholen dan ook bijna niet meer ontdekken. Alles is in het onderwijs is zwaar geïndustrialiseerd en daardoor geheel verouderd, het klassikale systeem voert nog steeds de boventoon, onderwijzers doen hun werk met oogkleppen op en sjokken braaf achter hun manager aan. Het bestuur klaagt over de directie, de directie over het management en het management over de docenten. Gelukkig klaagt er niemand over ouders en leerlingen. Het onderwijs is vergeven van de kwaliteitsnormen en kwaliteitssystemen. Leerlingen zeggen in deze tijd zeer terecht dat ze worden opgehokt in een lesbatterij met docenten voor de klas die te weinig weten.

Dit fenomeen is zelfs doorgedrongen tot onze meest krachtige bolwerken van kennis en wetenschap, de universiteiten zelf. Gelukkig zijn studenten daar mondiger en volwassener en hebben we hebben dan ook eindelijk weer eens een Maagdenhuisbezetting gehad. Het oorspronkelijke idee van Leonardo da Vinci voor de universiteit was: 'Uomo Universale', ontwikkel de hele mens. Dit idee staat totaal haaks op het ontstaan van specialismen en het denken in vakgebieden zoals dit nu in ons onderwijssysteem en op universiteiten gebeurt. Een specialisatie is vooral belangrijk voor leerlingen die niet zo veel kunnen. Hoe kan het zijn dat nu op alle niveaus in ons onderwijs idiote nieuwe specialismen en opleidingen zijn ontwikkeld? Willen we onze studenten soms dom houden? Waarom leggen we nu ons lot en onze wetenschap in handen van mensen die heel veel weten van heel weinig? Dat is een enorm risico. Om nieuwe kennis te ontwikkelen moet je juist heel veel kennis hebben van heel veel vakgebieden. Je moet er overheen en er doorheen en er onderdoor.

Ons onderwijssysteem is ziek en dat komt onder andere omdat we er geen geld aan wilden uitgeven. Maar er is nog een belangrijkere aanwijsbare oorzaak die we hier moeten vermelden. De angst dat het mis kan gaan. Het zijn tenslotte onze kinderen. We willen niets fout doen in het onderwijs, dus doen we alles fout, dan valt die ene fout (toegeven aan angst, risico mijden) niet meer op. Dus maken we onze opleidingen smaller en smaller tot niemand meer iets weet. Want uiteindelijk weten we vrijwel alles van niets of vrijwel niets van alles. Juist door ons zwaar geïndustrialiseerde onderwijssysteem is daarvan weinig kwaliteit meer te verwachten. Zelfs personeelszaken klaagt erover: diploma's zijn nietszeggende documenten geworden met nietszeggende titels.

We mogen dus maar wat blij zijn dat mensen 'eigenwijs' zijn en ook buiten het onderwijs leren door bij elkaar af te kijken of door elkaar bijvoorbeeld via Wikipedia en internet alles voor te zeggen.

woensdag 29 april 2015

Echte banen bestaan niet


Wat is een 'echte baan'? Echte banen zijn volgens de FNV banen met genoeg zekerheid, waardering en een stabiel inkomen. De regering heeft besloten dat mensen die nu als arbeidsgehandicapte in een sociale werkplaats werken een echte baan moeten krijgen in het bedrijfsleven (100.000) of bij de overheid (25.000). In totaal gaat het om 125.000 nieuwe echte banen.

Is dit een realistisch idee? Ja. De huidige werkplaatsen zijn productiebedrijven. Naar deze productie is vraag, want de sociale werkplaatsen konden de producten goed verkopen aan afnemers. Als de sociale werkplaats stopt blijft het werk bestaan, zolang er vraag naar is. Als de subsidie op deze arbeid gelijk blijft zou je de productie kunnen verhuizen naar normale bedrijven en naar overheidsinstellingen.

Dat is echter niet de keuze die is gemaakt. De overheid heeft ervoor gekozen bedrijven zelf te laten bepalen hoe ze de banen gaan realiseren. Dit geeft de bedrijven meer flexibiliteit en vrijheid om oplossingen te zoeken voor de productie die wegvalt en wat daarvoor in de plaats komt. Het idee is dat bedrijven hierbij geen financiële kosten baten afweging maken, maar een maatschappelijke. Dat past goed bij maatschappelijk verantwoord ondernemen of sociale duurzaamheid.

Of het gaat lukken? Tja. Het zou kunnen. Moeilijk is het niet. Je betaalt iets meer voor arbeid door een arbeidsgehandicapte, maar met wat subsidie of belastingverlaging zou het mogelijk moeten zijn om competitief te kunnen blijven als bedrijf. Het zou helemaal goed kunnen gaan als de klant ook meedoet. Een keurmerk sociale duurzaamheid zou de klant kunnen uitlokken een duurder product te nemen om mensen met een arbeidshandicap te steunen.

Toch zie ik nu al rare gedachtesprongen bij bedrijven en gemeenten. Er zijn werkgevers genoeg die al arbeidsgehandicapten in dienst hadden en die nu hun arbeidsplekken willen gaan meetellen als 'echte banen'. Dan neemt het aantal echte banen voor arbeidsgehandicapten natuurlijkerwijs af. Je zou nu alle arbeidsgehandicapten in dienst van de sociale werkplaats een oormerk moeten geven om te kijken of ze allemaal aan werk kunnen komen. Als je de banen gaat oormerken, zijn het ineens ook geen 'echte banen' meer.

En dan nog even terug naar de kern. Bestaat de 'echte baan' wel? Wie een baan heeft met genoeg zekerheid, waardering en een stabiel inkomen mag het nu zeggen. Vaak ontbreekt het aan één of meer van de drie.

Als je ondernemer bent in het bedrijfsleven ontbreekt het aan een stabiel inkomen en moet je je zekerheid en waardering halen uit je klanten. Als je bij de overheid bent, ben je afhankelijk van wat de markt doet, omdat je daar je belasting vandaan haalt. Als je een baan hebt moet je je zekerheid en waardering halen uit je baas en je collega's en ben je voor stabiel inkomen afhankelijk van je aanspraak op een CAO. Als je geen 'echte baan' hebt, ben je voor je stabiele inkomen, je zekerheid en waardering afhankelijk van je partner en je gezin of van een uitkeringsverstrekker, zoals de overheid, een verzekeraar of een pensioenfonds.

Daar komt nog bij dat alleen mensen die zeker zijn van zichzelf en waardering halen uit zichzelf en op zichzelf durven te vertrouwen stabiliteit in hun leven en in hun werk hebben. Met een echte baan heeft dat feitelijk niets te maken. Het idee van 'echte banen' is een verzonnen illusie. Mensen willen onafhankelijk zijn, niet afhankelijk. Wie stabiel inkomen, zekerheid en waardering wil halen uit een echte baan, komt vroeg of laat bedrogen uit. Daarvoor is het leven en ons bestaan veel te onzeker en te grillig.

Ik gun iedereen een 'echte baan' en om dat te kunnen bereiken hebben we het idee nodig dat ieders inzet ertoe doet. Misschien is het daarom beter eerst een vast (basis)inkomen te geven en daarna te bedenken hoe we het werk gaan verdelen. Op die manier wordt het makkelijker om te zorgen dat iedereen ook waardering (als bonus) ontvangt voor zijn toegevoegde waarde (werk). Die zekerheid vraagt wel om een nieuwe economie en een andere manier van denken. Een manier van denken die niet gebaseerd is op schaarste aan geld, werk, grondstoffen of hulpstoffen, maar op overvloed.

donderdag 23 april 2015

Geldloosheid



Stelling: In de nieuwe economie is geldloosheid een groter probleem dan werkloosheid.

Economie gaat over geldtransacties. Je krijgt geld voor je werk (altruïsme). En je vervult je persoonlijke behoeften (egoïsme) met geld. Economie zorgt dat ieder mens een eerlijk deel krijgt van wat onze aarde te bieden heeft. Achter wat eerlijk is in de wereld gaat een hele wereld van filosofieën, theorieën en geloven schuil. Omdat wereldwijd steeds meer mensen gaan deelnemen in de formele westerse wereldeconomie (ontwikkeling) komt er steeds meer arbeidskracht in de economie. De prijs van arbeid gaat daardoor omlaag. In de formele economie zijn mensen niet meer zelfvoorzienend en wonen ze vaker in steden dan op het platteland en in dorpen/stammen.

Het aantal grondstoffen en hulpstoffen blijft wereldwijd ongeveer gelijk. De aarde is een eindige grootheid. De productie op onze planeet bereikt dus ergens haar maximum. Tegelijkertijd zijn door automatisering, robotisering en domotica steeds minder betaalde arbeid in het systeem nodig zijn. In economische termen is dit efficiënter, omdat het kosten bespaart.

De hoeveelheid arbeid zal hierdoor wereldwijd niet afnemen. Alleen de hoeveelheid betaalde arbeid neemt af. Iedere mens moet sowieso iedere dag arbeid verrichten. Bewegen is immers arbeid, spreken is arbeid, denken is arbeid, zelfs voedselverbranding in het menselijk lichaam kost arbeid. Het probleem voor deelname aan de wereldeconomie wordt/is daarom geldloosheid in plaats van werkloosheid. Veel filosofieën, theorieën en geloven verzetten zich echter tegen dat idee. Wetenschap, filosofie en geloof zijn hardnekkig in hun vasthoudendheid.

Het probleem van mensen in de toekomst is niet meer het 'zonder werk zitten', maar het 'zonder geld zitten'. Dit komt omdat mensen het meeste werk wat ze doen vrijwillig doen, in kleine kring (mutualisme). Voor de westerse economie haar intrede deed, was ieder mens opgenomen in een kleine economische kring (stam/gezin), waarin de balans tussen egoïsme en altruïsme niet in geld wordt bijgehouden of geadministreerd. Deze kleine kringlopen zijn voor de economie onzichtbaar (en voor de belasting zwart;). Het hebben van geld zal in de toekomst anders geörganiseerd moeten worden en niet op basis van geleverd werk..

Door geldloosheid ontstaan in community's en landen grote sociale problemen, zoals honger, criminaliteit, zelfmoord, (welvaarts)ziekten, gebrek aan zingeving, verveling en isolement. Behoeften vervul je in de westerse economie door geld wat van consument naar producent gaat. De vragen van de toekomst zijn: Hoe komt het geld op een eerlijke manier bij de consumenten? Voor wie produceert de markt van aanbieders als er geen betalende consument meer is? Een oplossing zou kunnen zijn de prijs omlaag. Naar 0? 

In het huidige westerse denken gaat voor niets alleen de zon op. In de natuur is de zon als enige energiebron een volstrekt logische denkwijze. Alle energiebronnen en alle grondstoffen op aarde zijn te herleiden naar de zon en ons heelal. Alles op aarde is een gegeven. Olie heeft geen prijs, het winnen van olie kost werk en dat werk heeft een emotionele prijs. Goud heeft geen prijs in de natuur. Het is de mens die aan het goud een emotionele prijs toekent. Alles wat wij kopen en verkopen is emotie. De emotie van eerlijkheid en rechtvaardigheid.

Een overtuigend bewijs van dit idee is in de huidige economie goed zichtbaar aan het feit dat rijken (bovenmodaal) rijker worden en armen (ondermodaal) armer. Een grote groep armen nadert steeds meer de geldloosheid. Zij scharrelen iedere dag naar voedsel en iets om te doen. Dit roept bij iedereen emotie op. Van 'zo heurt het' tot 'dit kan toch niet'. 

Eeuwenlang heeft het rijke westen de problemen van de overige arme werelddelen genegeerd of als onoplosbaar terzijde geschoven. Nu nieuwe economieën in een razend tempo opkomen verandert dit snel. Dat gaat niet zonder geweld (golfoorlog, val van de muur, opkopen van grond in Afrika). De westerse landen proberen in internationale verbanden (VN, WHO, Unesco, Europa, NAVO) deze problemen aan te pakken. Dat gaat met wisselend succes. Onder druk van crisissen die elkaar steeds sneller opvolgen, wordt het belang van een nieuwe economie tegen de geldloosheid steeds hoger op de agenda gezet.   

Om geldloosheid te voorkomen, moet er een nieuwe economie komen, of moet de oude economie worden verbeterd. De economie op basis van arbeid voor geld en geld voor product/dienst loopt binnenkort af. De nieuwe economie zal uit meerdere en creatievere geldtransactiesystemen moeten bestaan. Gelukkig zijn al wat verbeteringen ingezet en wordt nagedacht over nieuwe banksystemen, nieuwe munten (bitcoin) en een basisinkomen.

Om de oude economie draaiende te houden wordt ook steeds meer belasting geheven voor 'publieke taken'. Het publieke systeem voorziet zo in surrogaat-arbeid en voorkomt daarmee de geldloosheid bij grote delen van de bevolking. Zo voorkomt een publiek gerund economiesysteem de neergang van het private economiesysteem. In de Sovjetunie en China is men rond de vorige eeuwwisseling begonnen met een publiek gerund economiesysteem (communisme) en zijn daar later private systemen (kapitalistische) aan toegevoegd.

Andere oplossingen zijn ook denkbaar. Bijvoorbeeld dat de rijken in vrijheid en vrijgevigheid al hun vergaarde geld op grote schaal aan goede doelen gaan weggeven. Filantropie. Voor die goede doelen kunnen instellingen worden opgericht, waarin mensen geld kunnen verdienen, dat ze weer uit kunnen geven in de markt.

Nog een andere mogelijkheid, maar risicovoller is loten uitdelen aan mensen, waarmee prijzen te winnen zijn. Daarmee wordt in ieder geval een klein aantal mensen tijdelijk gered van geldloosheid.

Als we niets doen zullen mensen met minder geld (tot twee keer modaal), zeer waarschijnlijk meer gaan sparen. Om zo geld over te houden voor later als zij geen geld meer kunnen verdienen met arbeid. Lukt dit niet dan zullen hun kinderen voor hen moeten zorgen. Pensioendiensten, verzekeringsdiensten, bankdiensten kunnen daar handig op inspelen. Sparen is wel direct weer een bedreiging voor de private economie, omdat hierdoor consumptie op korte termijn wordt verminderd.

De grote vraag van de toekomst blijft: Hoe stoppen we de geldloosheid? 

Of ... moeten we er juist in meegaan? De diereneconomie en de planteneconomie werken immers ook op basis van kortere verbindingen tussen egoïsme en altruïsme. Zou onze westerse economie ook zonder geld kunnen. Dat mensen als vanzelfsprekend voor elkaar zorgen, in je gezin, in je familie, in je straat, in je buurt en in je stad.

woensdag 4 maart 2015

Help! De bankensector...

Tegenlicht uitzending met Joris Luyendijk over de bankensector

Vandaag eindelijk even tijd gevonden om de Tegenlicht uitzending van afgelopen zondag te bekijken. Inspirerend. Over gebrek aan schuld en schaamte in de bankensector, en de perverse prikkels in het huidige banksysteem.

Op internet wordt veel gediscussieerd over de schuldencrisis, het faillissement van Lehman Brothers en de schuldpositie van EU-lid Griekenland. Vragen zijn: Waar blijft ons geld? Wie draagt nu werkelijk de risico's? Wie verrijken zich? Wie zijn de graaiers? Om dat te begrijpen moet je terug naar school. Je economielessen over geldschepping. Omdat ik een beta was ben ik er pas later over gaan lezen. Op de middelbare school heb  ik nooit een economieles gehad. Raar eigenlijk dat Economie niet voor iedereen een verplicht vak is.

Waar komt ons geld vandaan? Dan moeten we terug naar de tijd dat we goud gebruikten als geld. Dat zou nu niet meer kunnen. Er is ongeveer 166.500 ton in de wereld opgegraven. Naar schatting 84.200 ton uit sieraden (50,5%); particuliere beleggers en vermogensbeheerders gezamenlijk 31.000 ton goud (18,7%); overheden bezitten ongeveer 29.000 ton (17,4%) en voor de overige 22.300 ton goud is niet duidelijk waar het is. De waarde van dit goud varieert, maar er is inmiddels een veelvoud in waarde geld dan er goud is. Er was een tijd dat je goud gewoon overal in de wereld kon vinden. Geld lag dus voor sommigen voor het oprapen.

De wonderbaarlijke geldschepping is begonnen toen goudsmeden in versterkte vestigingen het goud gingen bewaren voor mensen die hun bezit in veiligheid wilden stellen. Hier kregen ze bewaarloon voor. Omdat mensen niet altijd goud bij zich hadden werd al snel de schuldverklaring van de smid als betaalmiddel gebruikt. De goudsmid ontdekte dat hij straffeloos schuldverklaringen kon bijdrukken. En dus begonnen goudsmeden goud uit te lenen dat ze (nog) niet in kas hadden. De economie ging daardoor direct een stuk sneller draaien en de betalingen waren makkelijker dan met goud. Geld lag dus voor de goudsmeden voor het oprapen.

De overheid heeft hier paal en perk aan gesteld. Door de oprichting en inrichting van de centrale bank werd de crisis bezworen. De overheid bepaalt door regels hoeveel geld (geld op je girorekening plus geld in je portemonnee) er feitelijk beschikbaar is in een land. In Europa bepaalt de Europese bank hoeveel euro's er in omloop zijn (papier en muntgeld). De feitelijk beschikbare som geld in een land wordt nauwkeurig bijgehouden door de nationale bank, omdat ook geld op je giro of bankrekening echt geld is. En nog is dat niet genoeg geld om onze economie draaiende te houden. Banken mogen daarom op eigen risico tot 10 keer de bij hen beschikbare hoeveelheid geld lenen van de toekomst.

En dat is nu de geldschepping. Een bank mag op basis van plannen geld verstrekken in de vorm van leningen en hypotheken. Dus iedere ondernemer of particulier die zich meldt bij de bank met een goed plan en goede referenties mag geld lenen dat er nog niet is. Het geld ligt dus voor iedereen voor het oprapen.

Neem bijvoorbeeld Jan. Jan heeft werk en verdient genoeg geld. Jan wil een huis kopen van 150.000 euro op basis van een hypotheek met 30 jaar looptijd. Dan kan de bank op basis van de belofte van Jan en een eigen tegoed van 15.000 euro in kas, een bedrag van 150.000 euro min 15.000 euro is 135.000 euro toekomstig geld aanmaken. Jan betaalt daarna ieder jaar netjes 5000 euro (ex rente) van zijn salaris terug aan de bank en voila Jan voegt de beloofde waarde toe aan de economie. Het huis dat wordt gebouwd is hiervoor een onderpand. Gaat het mis met Jan's werk dan krijgt de bank het huis. Wat dat huis oplevert is de marktwaarde in onbewoonde staat of wat het nog oplevert bij een eventuele veiling. Blijft er dan nog geld over na betaling van de schuld, dan is dat voor Jan. Maar meestal heeft Jan daarna een restschuld.

Of neem Piet de ondernemer. Piet begint in een BV een lampenfabriek en schaft met een hypotheek van 1,5 miljoen euro lening met looptijd van 30 jaar van de bank en 1,5 miljoen euro geld van aandeelhouders een fabriek en productiemiddelen aan. De bank doet mee en heeft hierbij maar 150.000 euro van de 1,5 miljoen euro die wordt uitgeleend in kas. Piet betaalt ieder jaar 50.000 euro (ex rente) terug. Gaat het bedrijf failliet zijn de aandeelhouders hun geld kwijt, krijgt het personeel geld van het UWV en krijgen de schuldeisers, waaronder de bank en UWV de overgebleven bezittingen. Wat de fabriek nog oplevert is de marktwaarde of wat een curator er nog voor weet te krijgen. Als er iets overblijft is dat voor Piet's BV. Als Piet niet volgens de regels heeft gehandeld is hij zelf aansprakelijk. Meestal komt Piet met de schrik vrij en als Piet slim heeft gehandeld heeft hij nog andere BV's gestart, waardoor hij verder kan.

De bank schept dus geen geld. Ondernemers en privépersonen scheppen met hun beloften aan de bank geld. Komen ze die beloften niet na dan zit de bank met de problemen. Bankiers moeten met die problemen dealen. Omdat bankiers de risico's liever mijden doen ze twee zaken. Ze verzekeren de risico's bij verzekeraars en ze verkopen de opbrengsten van hun producten aan beleggers. Hebt u een beleggingsfonds, dan bent u waarschijnlijk de gelukkige eigenaar van de risico's van de bank. En hebt u een verzekering? Dan betaalt u via uw verzekeringspremie ook mee aan de risico's van de bank.

Aan alle bovenstaande zaken verdient de bank weinig tot niets. Toch heeft de bank vele medewerkers in dienst die alle tegoeden, verzekeringen, beleggingen, hypotheken en andere diensten en producten moeten bijhouden en klanten te woord moeten staan. Om salarissen te betalen mag de bank rente heffen. Natuurlijk kiest u voor uw leningen en hypotheken de goedkoopste en meest efficiënte bank met de laagste rentetarieven en voor uw spaartegoeden kiest u de bank met de hoogste rentetarieven. Banken zijn in theorie competitieve instellingen die uw risico's goed inschatten, omdat uw risico's ook de risico's van de bank zijn. Hoe rijker u bent hoe kleiner de risico's voor de bank lijken te zijn. Omdat banken gemakkelijk risico's kunnen doorschuiven op uw kosten werkt de theorie niet zo goed.

Naast banken zijn er ook andere financiële diensten zoals verzekeringen en pensioenfondsen. Bij verzekeringen dekt u een risico af. De premie die u betaalt bent u kwijt, maar bent u buiten uw schuld en binnen de voorwaarden van de verzekering benadeeld dan kunt u een claim indienen. Bij pensioenfondsen wordt uw pensioenpremie ingelegd. Pensioenfondsen beleggen uw geld om er geld mee te verdienen voor later. Ook in dit soort transacties blijft u in theorie zelf in charge. Vakbonden, werkgevers en de overheid controleren de pensioenfondsen voor u. Wat belangrijk is om te onthouden is dat al het geld in het fonds van particulieren is en nooit het eigendom is van de verzekering of van het pensioenfonds of van de bank zelf. Het is uw geld, dat u met een bepaald doel heeft opgenomen of heeft gestort.

Als bankiers dus naar uw oordeel teveel verdienen, dan zijn ze te weinig competitief. Banken hebben te weinig belang om voor uw geld echt hard te werken. Ze werken voor de rente op wat ze uitlenen en wat ze einde van het jaar zelf daarvan overhouden. Om dat duidelijk te maken is een simpele berekening voldoende. De rente die u wordt berekent is bijvoorbeeld 4% per jaar op de 100.000 euro die u van de bankt leent. Omdat de bank maar 10.000 in kas heeft betaalt u echter 40% per jaar over dit feitelijke bedrag. En daar zit hem de kneep. Want op het moment dat u uw geld op een spaarrekening zet krijgt u daarvan 1% (rente min kosten) en houdt de bank daar dus ieder jaar maximaal 39% aan uw spaarbedrag over, die de bank gebruikt om haar personeel, haar aandeelhouders, haar kantoren en de overige kosten van te betalen. Hoe hoger het risico dat de bank neemt hoe hoger de winst. Geld ligt voor het oprapen.

Als we stoppen met geldschepping gaat de rente die u voor een lening betaalt bij de bank tot maximaal een factor 10 omhoog. Ook andere kosten bij de bank zullen gaan stijgen. En als u een lening nodig heeft voor een huis zal er nog strenger gekeken worden en is er nog minder geld voor die lening beschikbaar. Daar wordt ook niemand blij van.

Wat er in de schuldencrisis gebeurde, was vooral het gevolg van leningen die niet meer terugbetaald konden worden. Particulieren en ondernemers die hun marktwaarde verkeerd hadden ingeschat. Economie is een cirkel. In die cirkel bent u zelf altijd een onderdeel. En om die reden worden banken gered, omdat goede particulieren en ondernemers en goede landen (die hun beloften nakomen) niet mogen lijden onder slechte particulieren en ondernemers en slechte landen (die hun beloften aan de bank breken).

Een tweede reden is het bewaren van de orde en de veiligheid. We zijn afhankelijk van onze geldstromen, omdat tegenover geldstromen ons dagelijks brood staat en ons dagelijks loon. Zonder geld moeten we zelf naar de boer voor voedsel. En die boer ziet ons aankomen als we geen geld meer op zak hebben. We schieten dus altijd in onze eigen voet. Alleen de overheid kan mits Europa het toestaat 'onbeperkt' geld lenen en alleen een overheid kan verplichte belastingen heffen. Het was dus logisch dat de overheid de particulieren en de ondernemers en Griekenland te hulp schiet als enkele raddraaiers er met valse beloften een zootje van hebben gemaakt.

Maar goed niemand raakt graag zijn baan kwijt en niemand ziet graag zijn bedrijf of zijn land failliet gaan. Een crisis kent alleen maar verliezers. Er zijn geen winnaars. Een ander de schuld geven is je eigen verantwoordelijkheid niet onder ogen willen zien. De drie oorzaken van het falen van het geldsysteem zijn simpel en inherent aan ons mens zijn. Ik citeer hierbij graag drie filosofen.

De dichter Lucebert dichtte: alles van waarde is weerloos. Waarmee hij aangeeft dat de meeste waardevolle dingen niet/nooit in geld zijn uit te drukken, geld heeft slechts betrekking op materiële rijkdom. Al het leven en al wat bij ons heftige emoties oproept is vrijwel niet in geld uit te drukken. Waarde wordt feitelijk bepaalt, door wat de gek ervoor geeft. Dat geldt ook voor een bankier die zich laat misleiden door valse beloften. We kunnen daar achteraf wel heel erg emotioneel over doen, maar dat verandert niets aan de uitkomst van de crisis.

Premier Margareth Tatcher verwerkte in een toespraak: I want my money back, people reaping are not the people paying. Mensen die oogsten maken winst en leven daar goed van. Gaat een bedrijf echter failliet of verliest een werknemer zijn werk, dan draaien anderen (leveranciers, lotgenoten, medemensen) op voor de kosten daarvan. Dat is niet eerlijk en het is een feit. En dat geldt ook voor een bankier die de eigen risico's onderbrengt bij verzekeringen en beleggers. En voor de ondernemer die geld leent voor zijn bedrijf. En voor de particulier of een woningcorporatie die een hypotheek neemt op een huis. Natuurlijk willen we het geld terug, maar helaas er zijn alleen maar verliezers.

De derde filosoof is Benjamin Franklin. Hij was een Amerikaans politicus, wetenschapper en moralist en een van de mede-opstellers van de onafhankelijkheidsverklaring. Hij staat bekend als het schoolvoorbeeld van nijverheid en eerlijkheid. Zijn stelling was: people are making wrong estimates of values. Een afweging van voors en tegens is vaak moeilijk te maken. Hoe zwaar je iets weegt is heel persoonlijk. En dat geldt voor ieder van ons met een bankrekening, een lening, een pensioen, een verzekering en de constatering dat als de hemel naar beneden valt iedereen een blauwe hoed heeft.

Bankiers betuigen spijt, ze betuigen geen schuld of schaamte. Zouden ze dat doen, dan ontstaat opnieuw een crisis, want het vermogen van de bank waarmee die schuld wordt afgelost is weer uw zuurverdiende spaargeld. En daarmee is de cirkel rond. We zijn allemaal met elkaar verbonden 'for better and for worse'. Als we willen overleven moeten we eerlijk delen: ook onze schuld. Ik stel dat we op zoek gaan naar een systeem, waarin geld niet meer voor het oprapen ligt. Een nieuwe economie.

Wat we bijvoorbeeld kunnen doen is de Balkenende-norm van toepassing verklaren voor het bedrijfsleven. En wat we ook kunnen doen is werknemers en aandeelhouders gezamenlijk laten bepalen wie wat krijgt aan het eind van iedere maand. En wat we het beste kunnen doen is onszelf veranderen in plaats van de wereld om ons heen. Heb jij een goed idee?

zaterdag 1 november 2014

Vrijheid, gelijkheid en broederschap, in memoriam: Steve Jobs


Vandaag was mijn goede vriend Remi uit Parijs op bezoek samen met zijn oudste zoon Jeremy. Hij is Frans en hij heeft moeite met de crisis en met politici in Frankrijk die het alleen maar hebben over: Egalité, Fraternité et Liberté. Hij ziet de kloof tussen arm en rijk in de wereld alleen maar groter worden en in Parijs broeit het. De armen zijn ontevreden en ongelukkig en een mogelijke revolutie en geweld op straat wordt vrijwel door iedereen gevreesd. De crisis moet stoppen, mensen hebben honger.

Ik ben een dromer en een politicus. Ik droom van een betere wereld en hoop dat door politiek ook te bereiken. Politiek is voor mij dromen, delen, denken en doen. Dat start in je gezin, gaat door in je straat, vindt plaats op je werk en stroomt verder in een raadzaal, een statenzaal, een Tweede of een Eerste Kamer, een Europarlement, een VN Veiligheidsraad, maar ook in een winkel, op een werkplek of in een willekeurige 'boardroom'. Politiek gaat in essentie om drie dingen: vrijheid, gelijkheid en verbondenheid (in een mannenmaatschappij broederschap:).

We hebben een lang gesprek gehad en in mijn beperkte Frans, af en toe met handen en voeten en af en toe in het Engels dat zoon Jeremy geduldig voor zijn vader vertaalde, heb ik geprobeerd te duiden wat een crisis is en hoe een land zich daar volgens mij met saamhorigheid doorheen kan slaan. In de economie is geld niet meer dan een afspraak en in een crisis worden veel van die afspraken niet nagekomen. Zoals een werknemer die heeft afgesproken dat hij de lening voor een huis aan de bank terug zal betalen, maar dat niet kan, omdat hij geen werk meer heeft.

Een afspraak die vervalt is geld dat in rook opgaat. Zeepbellen die dagelijks uiteen spatten. Een proces dat stopt en niet meer werkt. Afspraken in de economie zijn een verzameling dominostenen, als er één valt gaan er velen. Gelukkig zijn mensen geen dominostenen en kunnen ze na een val, soms met enige hulp ook weer opstaan.

Wat er in de economie gebeurt, kun je vergelijken met wat dagelijks in ieder gezin gebeurt. Je spreekt af met je kinderen dat ze hun huiswerk maken en de vaatwasser uitruimen voor ze gaan voetballen. Maar de kans is groot dat je moe thuis komt en je kind lachend en onder de modder voor je verschijnt met zijn bal onder de arm. Dat je vertederend naar hem lacht, hem vervolgens boos aan zijn huiswerk zet en daarna zelf de vaatwasser uitruimt. Een dagelijks crisis die voort duurt tot je kind het begrijpt en werkelijk gaat doen wat hij heeft beloofd. Volwassen worden is wat je doet in lijn brengen met wat je droomt, deelt en denkt.

We hebben het ook gehad over economie en het ruilen van goederen. We zaten aan de ontbijttafel en dus gaf ik Remi de boter en nam zelf de peperkoek. Ik vroeg hem wil je deze peperkoek en mag ik dan van jou de boter. Remi begreep het onmiddellijk, we ruilden. Ruilen is economie. Ik pakte vervolgens 10 euro en ruilde de peperkoek terug voor 10 euro. Vervolgens ruilde ik de boter voor de 10 euro die ik hem gegeven had. Het effect was hetzelfde. De boter werd geruild voor de peperkoek. En ik had nog steeds 10 euro. Geld is in de economie niet belangrijk.

Maar wat is dan het verschil tussen rijk en arm? Ik vroeg Remi: Wie is rijk? Voorbeelden zijn makkelijk te vinden. Bill Gates, Carlos Slim, Anancio Ortega, Liliane Bettencourt. Hun rijkdom bestaat grotendeels uit bezit. Zij bezitten bedrijven en winkels en huizen en land. Dingen van stenen en zand. Maar zand of een steen is geen geld.

Als iemand het bedrijf Microsoft, dat voor een belangrijk deel eigendom is van Bill Gates, zou verkopen zou Bill een slordige 76 miljard dollar op de bank hebben staan. Dat is slechts een papieren afspraak. Want er is niemand zo rijk om dat te doen. Carlos Slim zou om het bedrijf van Bill te kunnen kopen alles moeten verkopen wat hij bezit en dan nog zou hij Microsoft niet kunnen betalen. En Bill is bijna de enige die dat bedrijf van Carlos kan kopen, dus het enige dat ze feitelijk kunnen doen is hun bedrijven met elkaar ruilen. Je merkt het, dit gedachtenexperiment klinkt nu al min of meer idioot.

Maar wat is dan wel het verschil tussen arm en rijk? Wel, het klinkt misschien gek, maar rijke mensen zijn populair. Bill is populair bij 128.000 medewerkers en bij heel veel klanten die dagelijks met producten van Microsoft werken. Zo was Michael Jackson populair bij alle mensen die zijn muziek luisteren en zijn dansjes nadoen en zijn concerten bezochten. Zo is Oprah Winfrey populair bij miljoenen kijkers die haar adoreren en ook bij de grote merken die er veel geld voor over hadden om de reclameblokken in haar programma's te kopen. Zo zijn de Paus en de Dalai Lama en vele televisiedominees populair bij hun aanhang, omdat zij geven belangrijker vinden in het leven dan krijgen. En iedereen die dat gelooft is natuurlijk bereid om een donatie te doen.

Microsoft (Bill) betaalt iedere maand 128.000 medewerkers, waaronder Bill Gates zelf, een loon of een salaris in ruil voor het werk dat zij voor Microsoft doen. In 2014 maakte het bedrijf 85 miljard dollar omzet en 22 miljard dollar winst. Er zijn dus 128.000 huishoudens verbonden met het bedrijf. Bij een gemiddeld jaarinkomen van 30.000 euro, krijgt iedere medewerker 2500 euro per maand en betaalt het bedrijf dus iedere maand 300 miljoen aan salarissen uit. Dat is allemaal verbondenheid en onderdeel van populariteit.

Met hun salaris krijgen de medewerkers van Bill Gates feitelijk weer een beetje vrijheid, waar ze mee mogen doen wat ze willen. Ook al is die vrijheid zeer beperkt en zijn ze zeker verplicht om rente te betalen op hun hypotheek (of huur aan de woningbouwvereniging) en belasting aan de staat. Thuis zal een belangrijk deel op gaan aan eten dat ze nodig hebben om in leven te blijven en gezond te blijven om morgen weer te kunnen werken. We zijn immers de slaven van ons lichaam, dat iedere dag moet eten, drinken, slapen en ademen om in leven te blijven. Als het valt moet het opstaan. Als het ziek is moet het weer gezond worden. Daarin is ieder mens gelijk.

Eigendom of rijkdom in termen van geld is dus voor een belangrijk deel een papieren tijger. Rijkdom in termen van geld hebben, bestaat niet en armoede in termen van 'geen geld' hebben bestaat evenmin. Arm zijn gaat veel meer over uitsluiting en over niet mee kunnen doen, over niets te eten hebben of geen huis of geen school of geen straatverlichting. Armoede gaat over geen toegang tot het proces, toegang tot de economie en het werk. Armoede gaat over de onmogelijkheid om mee te doen. Iemand die weinig geld heeft is niet arm als hij of zij iedere dag kan werken voor geld. In een ideale economie heeft iedereen aan het einde van de dag een dak boven zijn hoofd, een maaltijd achter de kiezen en een gezonde nachtrust voor de boeg. Als het aan die zaken ontbreekt ben je arm.

Wie zijn dan arm? Arm zijn zij die niet mogen, niet kunnen of niet willen meedoen. Zij die niet met anderen verbonden zijn, niet meer vrij zijn in hun doen en laten en niet meer gelijk zijn aan ons. Arm is daarom een kwestie van interpretatie en definitie. Arm zijn is ook een 'state of mind', een geloof of een neuro-linguïstisch programma in je hoofd. Arm zijn is een droom die een nachtmerrie is geworden. Optimisme dat is omgeslagen in pessimisme. Zolang iemand zichzelf met of zonder hulp van anderen in onze samenleving kan redden is hij of zij rijk. Rijk zijn heeft veel meer te maken met gelukkig en verbonden zijn, dan met hoeveel geld je hebt of kunt verdienen.

Dus als Bill Gates niet meer zou kunnen slapen, omdat hij niet meer weet hoe hij morgen de salarissen gaat betalen dan is hij arm en zijn medewerkers ook. Gelukkig gebeurt dat nooit. Daarvoor zijn er banken en overheden. Banken houden netjes bij dat Bill genoeg bezit heeft om salaris te betalen en lenen hem desnoods geld om dat te doen. Bill kan altijd een hypotheek nemen op zijn bezit en zijn populariteit bij Microsoft. De overheid ziet toe dat dit alles rechtvaardig en eerlijk gebeurt. En Bill geniet gelukkig ons vertrouwen.

Deze waarheid rond Bill Gates is betrekkelijk, want hoe rijk Bill ook is, ook hij kan failliet gaan. Als klanten morgen overstappen van Microsoft naar Google is dat in een dag waarschijnlijk al gebeurd. Gelukkig heeft Bill contracten en afspraken met zijn klanten en weet hij dat dat niet zo maar kan gebeuren. Ook hier zit wederzijds verbondenheid.

Iedereen die een huis bezit kan dit nagaan. In deze tijd is je huis verkopen niet gemakkelijk en het risico dat je er minder voor krijgt dan nodig is om je hypotheek af te betalen is in deze crisistijd groot. Veel mensen zitten bijna opgesloten in hun eigen huis, hun eigen bezit. Zij zijn dientengevolge arm. Ze kunnen er niet van scheiden en ze zijn dus niet meer vrij.

Het is interessant om huren en bewonen te vergelijken met kopen en bezitten. Huren is dan wel duurder, maar ook makkelijker opzegbaar. Iemand die huurt is feitelijk vrijer dan iemand die bezit. Als je je huur niet kunt betalen krijg je subsidie en uitzetten is moeilijk. Een verhuurder die geen huur ontvangt moet zelf wel de hypotheekrente en de aflossing betalen. Mensen die huren zijn daarom in Nederland door de crisis rijker geworden dan mensen die een huis bezitten dat met een hypotheek is belast en 'onder water' staat.

Arm zijn ook de ondernemers met te weinig klanten, ZZP-ers met te weinig opdrachtgevers en mensen die hun baan zijn kwijt geraakt. Zij zijn niet arm omdat ze het einde van de maand hun rekeningen niet kunnen betalen. Ze zijn arm omdat 'we': 'consumenten, opdrachtgevers en werkgevers', ze links laten liggen en omdat 'we' ze niet meer betrekken bij en verbinden met onze gemeenschap.

Toen de economie goed draaide wilden we zelfstandigen die flexibel en ongebonden waren. Nu het crisis is merk je dat er stemmen opgaan om de zelfstandigenaftrek te beperken. Zelfstandigen zijn voor de samenleving ineens te duur geworden en dus worden ze politiek in de ban gedaan. Ook individuen die sparen en consuminderen doen ondernemers nu de das om. En het scheelt niet veel of mensen in de bijstand moeten een elektronische armband dragen, zodat we ze altijd en overal kunnen volgen om te zien of ze niet stiekem toch werken of een diefstal plegen.

Gelukkig laat het meeste dat we doen zich niet vertalen in geld. Gelukkig kunnen we ook gratis iets voor een ander doen. We zijn dus altijd vrijer dan we denken. We hoeven niet voor ieder product of iedere dienst geld te vragen. Dat is de kern van onze vrijheid. Mensen doen heel veel vrijwilligerswerk of leveren service waar je niet voor betaald of ze doneren geld zonder dat ze daar direct iets voor terug verwachten.

Voor iemand die rijk en populair is, lijkt dat misschien makkelijker. 'The winner takes it all'. Neem bijvoorbeeld Oprah die de koelkasten van een ander bedrijf mag weggeven, omdat het bedrijf graag reclame wil maken en Oprah terecht liever geen belasting betaalt over wat ze toch van plan is om weg te geven. Oprah werkt immers niet voor het geld of voor de koelkast maar voor haar kijkers die een koelkast denken nodig te hebben. Ook mensen die weinig hebben, kunnen altijd geven. Je kan altijd een deur open houden of iemand helpen met oversteken of boodschappen of de tuin voor iemand doen.

Het verschil tussen arm en rijk heeft dus vooral te maken met verbondenheid. Onze populariteit, ons vertrouwen en onze afspraken zijn vormen of delen van die verbondenheid. Een verbondenheid die we continu vertalen in het ruilen van geld voor producten en diensten die voor ons van waarde zijn en andersom. De enige die een economie uiteindelijk weer op gang kan brengen is niet de overheid of het bedrijfsleven. We zijn het zelf. Het kopen van een iphone of een smartphone is een bijdrage net als het werken in een fabriek waar iphones en smartphones worden gemaakt een bijdrage is.

Ik kan het niet beter verwoorden dan Rob, gelukkige bezitter van een iphone die in het condoleance register voor Steve Jobs op de site van Apple het volgende schrijft:

"Steve, Thanks for changing the world, for thinking different, for not only creating the technology, but for giving it a heart and soul. For making it just work. Thanks for inspiring me with your creations and visions... My condoleances to your family and loved ones... Your unknown friend and ally, Rob".

Vrijheid, gelijkheid en broederschap, Remi kreeg er een beter gevoel bij.
De vaatwasser uitruimen en je huiswerk maken voor een lekker potje voetbal;)
Een euro is daarbij van geen belang.

zondag 26 oktober 2014

Monica Lewinsky, je kent haar niet

Er zijn veel gezichtspunten als het gaat om onze schaamte en onze privacy. Op 20 oktober geeft Monica Lewinsky, U kent haar vast nog wel, op de Forbes Under 30 Summit in Philadelphia een interessante speech over cyber bullying, oftewel pesten op internet. Haar liefde voor en romantische relatie met President Clinton die 2 jaar duurde, kwam uit en vernietigde haar persoonlijkheid en reputatie. In deze speech roept zij ons op tot een culturele revolutie. Zij vraagt mensen op internet en daarbuiten om bij zichzelf te rade te gaan en om een andere houding aan te nemen en meer empathie te tonen voor slachtoffers van mediacampagnes en mediahypes.


Nog geen 10 dagen eerder geeft Glen Greenwald, auteur van het boek: "No Place to Hide: Edward Snowden, the NSA, and the U.S. Surveillance State", een interessante Ted Talk: Why Privacy Matters. Deze talk gaat over gewone mensen als jij en ik, die denken dat hun leven zo weinig interessant is voor de omgeving en voor de overheid, dat ze geen angst hebben om hun leven op internet te beschrijven in sociale media. Greenwald vraagt zichzelf vervolgens af, waarom mensen nog sloten hebben op hun toilet. Hij stelt dat er veel zaken zijn die we willen delen, maar dat we ook een plaats nodig hebben waar we vrij zijn van de beoordelende en veroordelende ogen van anderen.

Mensen gedragen zich volledig anders, als ze door anderen kunnen worden gezien. Hij gaat nog een stap verder en zegt dat die gedragsverandering ook geldt als mensen denken dat ze kunnen worden gezien. Volgens Greenwald wordt dit idee volop toegepast in scholen, gevangenissen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, in steden en in bedrijven. Met behulp van cameratoezicht weet de medewerker, leerling, patiënt, burger immers niet wanneer hij wel of niet wordt gezien en dit verandert zijn of haar gedrag enorm. Privacy garandeert aan mensen een plek waar ze vrij kunnen zijn.

 

De tegenstelling tussen deze beide toespraken is geweldig. Waar Monica oproept tot een verandering bij de crowd (toon meer empathie), roept Greenwald op tot een verandering bij het individu (zet goede sloten en passwords op je deur). Dit zijn twee totaal verschillende oplossingen voor het probleem van de beperking van vrijheid door sterke opkomst van informatie en communicatietechnologie in onze samenleving.

Onderliggend is het verschil dat we maken tussen goed en kwaad. Ieder van ons heeft een heel eigen en persoonlijk idee over wat goed is en wat kwaad is. Dit maakt dat ons gemeenschappelijke beeld van wat goed is weinig waarde heeft voor een individu. Er zijn net zoveel opvattingen te geven over de relatie tussen Bill Clinton en Monica Lewinsky als er mensen zijn. Om te beginnen zal Hillary daar anders naar kijken dan Monica, om vervolgens over Bill maar even niet te spreken. De republikeinen kijken anders dan democraten. De mensen buiten de VS kijken anders dan binnen de VS. En uiteindelijk is iedere opinie een persoonlijk goed recht.

Privacy gaat over de vrijheid om jezelf te zijn, je eigen keuzes te maken, zelf te onderzoeken en te ontdekken. Iedereen is voor die vrijheid. Deze persoonlijke vrijheid leidt tot persoonlijke inzichten. Inzichten die we in vrijheid willen delen met anderen. Ook al heeft die vrijheid hele scherpe kantjes.

Want achter die voordeur die op slot zit gebeuren ook hele nare dingen. Onze persoonlijke remmingen staan tegenover de wil om onszelf te onderzoeken. Waar we proberen onze grenzen op te zoeken komen we de grenzen van anderen tegen. Mag een jongere zichzelf in coma zuipen? Kan iemand die hard werkt cocaïne gebruiken om zijn prestaties te verbeteren? Mag iemand wiet gebruiken vanwege haar sedatieve, slaapbevorderende, anti-depressieve, pijnstillende, anti-convulsieve, anti-emetische, ontstekingsremmende, krampwerende en eetlust-stimulerende eigenschappen?

Ieder land heeft hierover haar eigen opvattingen en hiervoor haar eigen wetgeving. Ieder geloof heeft hiervoor haar eigen taal ontwikkeld. Want wat is goed of kwaad? Wat is Hallal en wat is Haram? Wat is Yin en wat is Yang? En dan is er nog die alles overtreffende regel: 'nood breekt wet'. De regels over goed en kwaad hebben vele uitzonderingen. Persoonlijk ben ik nog steeds onder de indruk van de eenvoud van de tien geboden. Een tekst die zowel in de Bijbel, in de Thora als in de Koran in verschillende bewoordingen zijn opgenomen. Deze 10 geboden zijn terug te leiden naar het oude Egypte en naar Griekse mythen en filosofen.

Ik zie deze 10 geboden liever los van de stromingen en neuro-linguïstische programma's waarin ze gebruikt worden. Voor mij zijn de 10 geboden vooral de voorloper van de huidige universele rechten van de mens. Ik hou van eenvoud als het gaat om de beschrijving van onze persoonlijke ruimte van vrijheid en de beperkingen die daaraan kleven. Tenslotte moet ieder mens deze regels ook kunnen begrijpen en vertalen in gedrag. Dan kun je dat niet uitschrijven in dikke lijvige boeken en bewoordingen die niemand meer begrijpt.

Wat ook goed is aan 10 eenvoudige regels is dat mensen ruimte houden voor persoonlijk onderzoek en afwijkende standpunten. Want is de driehoeksverhouding tussen Hillary, Monica en Bill eigenlijk wel iets waarover we universele uitspraken kunnen doen. Heeft dit persoonlijke verhaal van deze drie mensen die elkaar hebben ontmoet in het Witte Huis wel iets met ons en onszelf te maken. Was deze toiletdeur op slot? Hadden we deze toiletdeur wel mogen open breken? Wat hebben we geleerd van het openbreken van deze deur die voor ons op slot zat?

Bill heeft uiteindelijk een bekentenis afgelegd. Hillary zal nog een standpunt moeten innemen als zij de president van de VS wil worden. Monica is voor het leven 'getekend'. Bill en Monica zijn op het schavot gezet. Uitgelachen, weggehoond, uitgejouwd, met rotte tomaten bekogeld. Zij hebben die publieke marteling allebei wonderwel doorstaan. Bill stond destijds al sterk in zijn schoenen en Hillary laat zich ook niet gek maken door het opgeruide publiek of de hongerige media. Monica heeft rake klappen gehad maar blijkt 20 jaar later de zaak te hebben overleefd. Haar persoonlijke onderzoek achter gesloten deuren heeft haar sterker gemaakt. Zij is gegroeid.

Wat achter een gesloten deur gebeurt is wel degelijk onze zaak als mensenrechten worden overtreden. De vrijheid van de een kan nooit een beperking van de vrijheid van de ander zijn. Als we een wereld willen waarin vrede is en geen geweld wordt aangedaan, dan moeten we een gesloten deur durven intrappen. Wanneer we dat doen is niet in het algemeen te bepalen. Soms zal het een militair zijn, een agent of een brandweerman. Soms zullen we het zelf zijn. Het intrappen van een deur is nodig, zelfs als die deur niet gesloten is of wagenwijd open lijkt te staan.

Denk aan de dokter die je medisch dossier leest om je te redden van een ernstige ziekte of een ernstig ongeval. Denk aan je vader, broer, moeder, zus of totale onbekende die je redt van een persoonlijke aanranding of uit een brandend huis. Privacy is zeer persoonlijk en kwetsbaar. Er worden fouten mee gemaakt. En bij vergissingen kunnen we achteraf weinig meer aanbieden dan een persoonlijk en welgemeend excuus.

Ik heb het idee dat dat persoonlijke en welgemeende excuus aan Hillary, Bill en Monica na 20 jaar op zijn plaats is. Ik denk dat het tijd is dat we bij ons zelf nagaan, wie nog meer ons persoonlijke, publieke en welgemeende excuus op internet verdient.

Wie ben jij nog een excuus verschuldigd?
Wanneer ga jij hem of haar dat excuus aanbieden?
Want daar ligt voor ons allen een kans.
Een wereldwijde culturele revolutie die nodig is voor vrede en gerechtigheid.

vrijdag 17 oktober 2014

Het is niet wit

Zo actueel weer dit liedje:

- Begin citaat -
Frank Boeijen - Zwart Wit

Hij liep daar in de stad 
's Avonds laat 
Plotseling aan de overkant 
Zag hij ze staan 
Iemand riep "je hoort niet bij ons" 
Mes, steek, pijn 

refr.: 
Denk goed na aan welke kant je staat 
Denk niet wit (denk niet wit), denk niet zwart (denk niet zwart) 
Denk niet zwart-wit 
Denk niet wit (denk niet wit), denk niet zwart (denk niet zwart) 
Denk niet zwart-wit 
Maar in de kleur van je hart 
Maar in de kleur van je hart 

Donker was de straat 
Op weg naar het plein 
Een taxi, het is te laat 
Het is voorbij 
Wie wil er bloed op de achterbank 
Van de werkelijkheid 

- Einde citaat -

Zwarte Piet? Mensen kunnen erg emotioneel worden van beeldvorming.

Mijn ouders zeiden vroeger: "schelden doet geen pijn". Zouden ze dat vandaag nog doen? Heb ik een extreem harde opvoeding gehad? Ik zou denken van niet. Toch denken we nu heel anders over pesten dan vroeger.

Racisme en discriminatie is in ieder tijdsbeeld weer iets anders. Om emoties te begrijpen moet je breed kijken. De zwartepietendiscussie geeft een prima voorbeeld. Inmiddels is het een gevecht tussen culturen.

Het ontstaan van Zwarte Piet kan in de historie herleid worden naar 1850. Dat was hoogtij slavernij tijd. De associatie met racisme is snel gemaakt. Ik heb nooit over Zwarte Piet gedacht als een slaaf van Sinterklaas. Toch roept hij bij anderen die associatie op.

Het helpt niet dat ik ben opgevoed met het ideaal van vrijheid voor alle mensen van alle kleuren en herkomsten. De uitdaging die voor ligt is om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Die oplossing heeft tijd nodig.

Experimenten met stroopwafelpiet of kaaspiet zijn zinvol. Hoe reageren we daarop? Nederlanders, Surinamers, andere volken? Kinderen, de Sint en de Pieten, ouders, grootouders, overigen? We zullen onze angsten en emoties moeten overwinnen.

Ik zie persoonlijk in Zwarte Piet een vrij mens. Een mens die zichzelf van zijn ketenen heeft bevrijd en kinderen blij maakt met vrolijke grappen en grollen. Als degenen die zich nu aan hem storen hem ook zo kunnen gaan zien, lost het probleem zich vanzelf weer op.

Maar goed Zwarte Piet is ook een boeman en niemand wil mee naar Spanje of een roe krijgen. Sint wit, staat zeker voor goed en Piet zwart roept betekenis slecht op. Tel daar slavernij bij op en je hebt een stevig probleem.

Het probleem van Zwart-Wit zie je ook elders, bijvoorbeeld in het yin-yang teken dat ook wit/zwart is. Het zou dus kunnen dat we niet/nooit loskomen van het beeld dat zwart automatisch slecht is. Je moet je dan gaan afvragen of het wel helpt als Piet een kleur gaat krijgen, of dat we het ideebeeld van duivel/boeman laten vallen. De associatie piet-slavernij kan hardnekkiger zijn dan we nu denken.

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn voor veel ouders ook opvoedhulpen. Kinderen zijn 6-8 jaar als ze begrijpen dat ze niet bestaan. Maar dan is hun gedragsontwikkeling ook met een normaal gesprek te doen. Kan een blauwe piet met een gele roe kinderen in een zak stoppen en mee naar Spanje nemen? Maakt die Piet wel genoeg indruk?

Naar mijn idee zit het probleem van discriminatie en racisme veel dieper dan een Zwartepieten discussie. Stroopwafels en kaaskoppen nemen misschien iets weg, maar doen niets aan de positie van onderdrukten. Als we iets veranderen aan Zwarte Piet, betekent dat dan meer gelijkheid en rechtvaardigheid voor alle mensen?

Ik vraag me af hoe deze traditie dit feest ons kan helpen bij onze emancipatie. Laten we proberen gevoelens serieus te nemen en er iets mee te doen. Ik zie geen reden om problemen weg te wimpelen. Veranderen lukt ons, kijk maar naar Gay Pride en het homohuwelijk. We zijn heel goed in staat tradities aan te passen en gelijktijdig in ere te houden.

Ik wil graag saamhorig werken aan een oplossing. Want stel je voor, straks zitten voor en tegenstanders in de zak naar Spanje;)

woensdag 15 oktober 2014

Vooruitgang? Kenniseconomie? Echt niet!

Nederlanders hebben meer en langer last van de crisis dan andere landen. Hoe kan dat? In onze historie kunnen we zien dat we de wereldzeeën hebben bevaren en dat we watersnoodrampen hebben overleefd. Wat drijft ons nu in de crisis? Waarom duurt het zo lang?

We kunnen wijzen naar de overheid die te weinig doet. We kunnen wijzen naar de banken die niet hebben opgelet en nu niets meer uitlenen. We kunnen wijzen naar de oorlogen, de terreur en de chaos in de wereld. We kunnen wijzen naar ontwikkelingslanden, lagelonenlanden en sterk opkomende economieën als China, India en Brazilië. Toch neem ik daar geen genoegen mee. De oorzaak buiten jezelf zoeken is veel te gemakkelijk.

Waarom stoppen we met ruilen in Nederland? Waarom hebben veel mensen in Nederland geen werk meer? Waarom bezuinigt de overheid op zorg, onderwijs en doet ze weinig aan nieuwe werkgelegenheid. Waarom zijn zij die eens te kaaperen voeren nu bezig met Zwarte Piet? Waarom verliezen we zelfs van IJsland, hoe kan dat?

Het ergste dat een samenleving kan overkomen is angst en ongeloof. Het was John F. Kennedy die een boek schreef onder de titel 'Profiles of courage' (1955) voor hij als president gekozen werd. Het boek gaat over 8 senatoren die hun hart volgden om te doen wat goed was. Ondanks kritiek vanuit alle hoeken van de samenleving en fikse tegenslag onderweg, zetten ze door. Ze forceerden stuk voor stuk doorbraken die Amerika weer een stap vooruit brachten. Het koste een duit en leverde veel werk en economie op.

Mensen vrezen de waarheid meer dan de leugen. Uit angst maken we vaak verkeerde keuzen. Je hart volgen en lef tonen is moeilijk. Populisten varen wel bij angst. Ze voeden angst. En angst verandert mensen in willoze gemakkelijk te manipuleren zombies of zielloze terroristen.

Om te weten hoe subtiel angst werkt, even een uitstapje naar marketing. Mensen zijn voorspelbaar irrationeel in hun aankopen. Neem bijvoorbeeld drie milkshakes small, medium en large. Small is 0,2 liter, medium is 0,4 liter en large is 0,6 liter. Small is small, medium is twee small en large is drie small.

De verkoper verkoopt graag large. Hij prijst dus € 1,00 euro, € 2,75 en € 3,00 euro. Let op dat 3 euro precies 3 keer 1 euro is. En dat drie small precies hetzelfde is als 1 large. Medium is relatief duur. Wat blijkt, uit angst dat je teveel betaalt, neem je large. Het verschil van een kwartje geeft de doorslag. Geen wonder dat Nederlanders te dik worden.

Angst is subtiel en over het algemeen een slechte raadgever. Er zijn sociologie en psychologieboeken volgeschreven over de werking van angst en hoe irrationeel mensen door angst worden. In crisistijd gaan mensen sparen en bezuinigen. De gedachte is dat geld schaars wordt. Wat is het effect van sparen en bezuinigen? Geld wordt schaars.

Onze angst versterkt de crisis. Dit is zo sterk dat als ik mijn werk kwijt raak door de crisis de self fulfilling prophecy nog eens wordt bevestigd. Ik moet sparen. Stel je voor dat ik mijn werk kwijt raak door de crisis.

Veel mensen doen goede dingen met spaargeld. Sparen voor de studie van de kinderen bijvoorbeeld. Heb ik ook gedaan. Sparen op zich is namelijk niet erg. Maar tegelijk sparen en bezuinigen op uitgaven wel.

Een pot pindakaas minder kopen is minder inkomen/winst voor de pindaboer, de pindakaasfabriekswerker, de supermarktmedewerker en de pomphouder waar je de auto tankt om naar de supermarkt te gaan, de garagehouder die de auto verkocht en het onderhoud doet en de politieagent die je een bon geeft bij de supermarkt. Minder uitgeven is minder ruilen. En minder ruilen is krimp van de economie.

Waarom is sparen niet erg? Wat je spaart leent de bank in een sterke economie weer uit aan een supermarkt, een pindaboer en een garagehouder, de pindakaasfabriek en een hypotheek voor de politieagent. In een goede economie hebben zij werk en betalen ze alles netjes met rente terug. Maar ja als je de pindakaas niet koopt gaat dat dus niet door.

Dus de bank wordt voorzichtig met je spaargeld uitlenen en die rente komt er ook niet. Je krijgt zelfs nog een rekening voor het bewaren van je spaargeld. En als er minder mensen werk hebben gaat de belasting ook omhoog.

Om de crisis te bestrijden heeft Nederland lef en samenwerking nodig. Leiders moeten ons inspireren en wij moeten ons helpen onze angst te overwinnen. Economie draait maar om één ding. Vertrouwen dat het goed komt.

Vertrouwen is weten dat als je hard werkt en goed bijdraagt dat anderen dat ook doen. Dat als je geld uitgeeft, je ook weer geld verdient. Dat economie een bak met geld is die heen en weer klotst. Dat er genoeg geld is voor iedereen. Dat je niet voor alles hoeft te sparen omdat we ook voor elkaar zorgen als het slecht met je gaat.

Wie de crisis heeft veroorzaakt, doet er niet meer toe. We moeten eten en om te eten moeten we werken. Het is dom om te bezuinigen, mensen te ontslaan en uit te sluiten. Dat vermindert onze kracht. Het is dom om te denken dat we terug moeten naar vroeger. Het is dom om te geloven dat er niets meer zal veranderen. Het is niet Nederlands om zo te denken.

Wij zijn aanpakkers en doordouwers. Als we geen werk hebben zoeken we werk en gaan we niet zitten wachten. Werk hebben is niet hetzelfde als euro's ontvangen. Ook mensen met een 'baan' of met 'euro's' moeten zich achter de oren krabben. Wat draag je bij?

Als mensen erdoorheen zitten helpen we ze opstaan. Als mensen niet meer kunnen verzorgen we ze. We zullen elkaar nooit meer wantrouwen. Want wij zijn Nederlanders.

Geld is niet belangrijk. Geld komt wel. Waar het nodig is wordt het gebracht door een weldoener, een investeerder, een consument, een belastingbetaler of de overheid. Euro's moeten rollen. Je kan een euro niet bewaren. We moeten ruilen om te leven.

Economie heeft niets met geld te maken en alles met liefde en vertrouwen. De liefde voor jezelf, je omgeving en je werk en het vertrouwen dat het altijd goed komt.
Kennedy zei het zo:
'Ask not what your country can do for you,
ask what you can do for your country'.

Creatief altruïsme - goed voor jezelf zorgen

Naast mijn werk doe ik al van jongs af iedere week iets voor de samenleving. Ik zie mezelf graag als altruïst, iemand die het beste met anderen voor heeft. Zo werk ik al een jaar of 20 in de lokale en regionale politiek. Toch lukt het me niet om het hiermee iedereen naar de zin te maken. Niet iedereen kijkt immers hetzelfde naar mijn prestaties. Sommigen willen dat ik mensen meer vrijheid geef, anderen willen dat ik in een God geloof en weer anderen vinden mij niet duurzaam, democratisch of sociaal genoeg. Mijn gezin heeft liever dat ik gezellig thuis blijf.

Ieder mens heeft zo zijn eigen beeld. We leven in een eigen werkelijkheid en bruggen slaan of compromissen sluiten gaat moeizaam. We kijken door een eigen roze bril naar elkaar. Die roze bril heeft twee bijzondere eigenschappen. Als je door die bril kijkt zie je alles goed en door alle andere brillen kijken is vanzelfsprekend minder goed of zelfs fout;)

Als je dit soort observaties hardop met mensen deelt, krijg je wisselende reacties. Ben je wel wijs, ben je misschien een wijsneus, ben je een dromer of ben je gewoon heel eigenwijs. Als je op dit moment in de politiek zit, moet je wel een hele dikke huid hebben. Er zijn veel mensen die hun zin niet krijgen en dan boos worden. Er zijn journalisten die je kritisch volgen en je graag op fouten en tegenstrijdigheden wijzen, omdat dat nu eenmaal hun broodwinning is. Er zijn wetenschappers die het beter weten, omdat ze daarvoor heel lang doorgeleerd hebben. Er zijn mensen met meer geld en macht dan jou, die willen dat je naar ze luistert of erger eenvoudig gehoorzaamt. Erkennen dat er roze brillen zijn is niet gemakkelijk voor mensen. 

En zeg nu eens eerlijk. Is het geen geweldige droom. Dat iedereen door jouw roze bril kijkt en dezelfde dingen ziet en dan precies doet wat jij zegt en denkt. Die droom dat alles in de wereld gaat zoals jij wilt. Dat er geen toeval meer is. Dat iedereen tot dezelfde conclusie komt. Dat we alles al weten. Dat iedereen hetzelfde droomt. Dan is het leven volmaakt. Wat zouden we 'happy' zijn. In onze droom zijn we geneigd om wat we zelf doen, zelf van anderen aannemen, zelf geloven en zelf weten op één lijn te zetten en als de waarheid te verkondigen. We willen graag gelijk hebben, zelfs als we weten dat we pas gelijk hebben als iedereen er hetzelfde over denkt. 

Het is heerlijk als anderen doen wat jij wilt. Als je lekker verzorgt wordt, als een kind. Als je je niks van anderen aan hoeft te trekken, als een puber. Als je niets meer zelf hoeft te doen, als een gast in een hotel. Als mensen in de houding springen als je langs komt, als een koning. Gewoon lekker je zin krijgen of doordrijven. Lekker fundamentalistisch, dictatoriaal, egoïstisch en egocentrisch. De wereld draait om mij;) Oké, dit is een overdrijving. Dit is niet wat van ons verwacht wordt. Het is dan ook een droombeeld. Een utopie die niet bestaat.

Helaas geldt dat ook voor het zuivere altruïsme. Het is een droom die niet bestaat. Ik beschouw mijzelf daarom als een creatieve altruïst. Voor mij is altruïsme alleen mogelijk als je ook goed voor jezelf zorgt. Een moeder die niet eet, kan haar kind niet voeden. Een verpleegster die zichzelf niet beschermt kan een ander niet verzorgen. De soldaat die zich opoffert laat een gezin zonder vader en met een inkomen minder achter. Goed voor jezelf zorgen is altijd en overal belangrijk. Wat 'goed' voor jezelf zorgen betekent, zit vooral in de betekenis die je zelf geeft aan het woord: 'goed'.

Creatief altruïsme is zorgen dat je sterk in je schoenen staat. Dat je bescheiden bent en je successen met anderen deelt. Dat je rust neemt, wanneer het nodig is. Dat je geniet van je werk en je gezin. Dat je plezier hebt in het leven. Dat je tijd neemt voor de boterham die je op eerlijke wijze hebt verdiend. Dat je dankbaar bent dat je altruïst kunt zijn. Altruïsme en egoïsme zijn yin en yang, twee kanten van dezelfde medaille. Je kunt niet samenleven als je geen eigen droom/visie hebt en je kunt niet samenleven als je geen oog hebt voor andere dromen en visies. 

Creatief altruïsme lijkt op mutualisme, op een egoïstische manier voor elkaar zorgen, maar dat is het niet. Je houdt vast aan je eigen droom of visie. Je probeert met je gezin en je omgeving op één lijn te komen. Je probeert je daden in overeenstemming te brengen met je woorden. Het is niet makkelijk om je handelen gelijktijdig in lijn te brengen met je visie/droom, je succes met anderen te delen en samen na te denken hoe dat nog beter kan. Zo lang dat niet lukt probeer je bruggen te slaan en tot een vergelijk te komen in een debat, een discussie, een wetenschappelijke discours of een dialoog. 

De uitkomst van een dergelijk proces is ongewis. Mensen zwabberen en zwalken over hun levensweg. We trekken van links naar rechts van conservatief naar progressief, vooruit en dan weer achteruit, van dichtbij naar ver weg en weer terug. We maken onderweg ruzie met familie, vrienden, buren, collega's, kennissen en andere levens-weggebruikers. Samen leven is samen zoeken naar één waarheid, één geloof en één werkelijkheid die goed is voor ons allemaal. Een samenleving die ons verbindt, waarin we vrij zijn en waarin we ons gelijkwaardig voelen. Dat lijkt door een roze bril heel gemakkelijk, maar er is creatief altruïsme nodig om dat te bereiken.

Mensen willen meer vrijheid, meer gelijkheid en meer lotsverbondenheid of broederschap en dat lukt alleen als we samen een goed evenwicht vinden tussen egoïst en altruïst zijn. Creatief altruïsme is een boeiend proces, dat goed is voor je persoonlijke ontwikkeling en goed is voor onze samenleving. Want belangrijk genoeg is het de samenleving die ons bindt en oorlog voorkomt. Iedereen doet hier dagelijks aan mee. Creatief altruïsme zorgt voor vrede en brood op de plank. Alleen door ergens voor te kiezen en ergens voor te gaan staan, kun je hier een beetje richting aan geven.  

Er is altijd een keuze die je zelf maakt en waarvoor niemand verantwoordelijk is behalve jijzelf. 
Hoe ziet jouw creatieve altruïsme er uit?

vrijdag 10 oktober 2014

Wat is de waarde van een euro?

Prinsjesdag ligt nog vers in het geheugen. Een participatiesamenleving, dat is onze toekomst. Lodewijk Asscher gaat daar nog overheen. Robots die het werk gaan doen en minder betaald werk om te verdelen. Hoe komen we dan aan onze euro's? Nog niet zo lang geleden hadden we het over een diensteneconomie, zoals in de jaren vijftig. Is dat wellicht een oplossing? Werk maken van onze vrije tijd? Een vrijetijdseconomie? Het duizelt mij inmiddels. Misschien goed om eens samen op reis te gaan in ons verleden. Want in ons verleden liggen de meeste antwoorden voor het oprapen. Wat is economie eigenlijk?

Economie is een veredelde vorm van ruilhandel. Heel vroeger was er geen enkele euro. Het begon met verzamelaars en jagers. Mensen leefden in kleine groepen en die groepen hoefden alleen voor zichzelf te zorgen. Ouderen zorgden voor kinderen en kinderen zorgden later weer voor de ouderen. Jagers zorgden voor het 'vlees' en de 'kleding' en verzamelaars zorgde voor 'aardappelen, groenten en fruit'. Langzaam ontstonden nieuwe rollen en functies in de groep. Een smid, een leerlooier, een bakker, een medicijnman, een regendanser en een kok. Iedereen ontwikkelde zijn talent.

Zolang iedereen te eten heeft, gaat het met deze kleine groepen heel goed. Economie of een euro is in dat geval overbodig. Als mensen ruzie kregen stond er een leider op, een stamhoofd en die regelde met zijn iets grotere knots een oplossing. Dat was het rechtssysteem. Als het voor de groep slechter ging, splitste de groep zich op. Soms werd oorlog gevoerd met andere stammen. In het ergste geval werden zelfs mensen van de eigen stam opgegeten. Zo overleefde de groep, ieder individu was daaraan ondergeschikt.

Een battle of the fittest. Een harde mix van kapitalisme (het unieke talent van het individu), communisme (de kracht van de stam) en godsdienst (als god het wil komt de de zon morgen weer op en wordt ik niet opgegeten). In tijden van vrede overheerste broederschap, vrijheid en gelijkheid en in tijden van oorlog en voedseltekort sloegen we elkaar de hersens in. In tijden van vrede groeide een stam. In tijden van schaarste en oorlog werd de stam weer teruggebracht tot een levensvatbare omvang. De groep zorgde voor het individu en het individu leverde een bijdrage aan de groep.

Wat is er dan veranderd? Wel simpel. We ontwikkelen nu allemaal een eigen talent, noem het een vak of een deskundigheid. Vanuit dat vak leveren we diensten aan elkaar, tussen burgers en overheden, tussen ondernemers en klanten, tussen gevers en ontvangers, tussen filantropen en armoedzaaiers. De battle of the fittest bestaat ook nog steeds want er zijn ook nog dieven/woekeraars en hun slachtoffers. We spreken zelfs van een zwarte, een grijze en een witte economie. We ruilen nog steeds onze diensten, we doen vrijwilligerswerk, we doen betaald werk, we kopen en verkopen, we collecteren voor goede doelen, we innen belastingen en verzekeringspremies, we maken winst, we ontvangen rente op ons vermogen...

Mensen ruilen nu een duurzaam middel (euro's/muntjes/biljetten) voor minder duurzame goederen (consumptie of waarde-verbruik). We ruilen euro's voor iets dat nog duurzamer is en soms euro's oplevert (investeringen in kapitaalgoederen). En we ruilen euro's voor werk (onze toegevoegde waarde of waardecreatie). Het individu zorgt voor de groep en de groep zorgt voor het individu. We kunnen er heel erg ingewikkeld en moeilijk over doen maar feitelijk is er aan onze planeet en hoe we daarop overleven, voor de groep en het individu, heel weinig verandert.

Wat doen we als robots ons werk overnemen? Gaan we luieren in de zon? Wie repareert dan de robots? Wie maakt nieuwe betere robots? Wie zet de robots aan en uit? Wie controleert of de robots hun werk goed doen? Wie bepaalt wanneer de robot moet worden vervangen? Ja beslist, we krijgen steeds meer vrije tijd en steeds minder werk. En we zullen dus opnieuw moeten bedenken hoe we aan nieuwe euro's komen, hoe we de groep kunnen helpen om ons voortbestaan te garanderen.

Misschien zijn we wel op weg naar een nieuwe economie. Een economie waarbij de euro steeds minder belangrijk wordt. Want een euro is voor de mens alleen maar een stukje waardevolle informatie. Een stukje papier of een muntje met een getal er op. Een euro is maar een middel en alle middelen worden regelmatig vervangen door nieuwe. Onze informatiesamenleving wordt misschien wel vervangen door een mecano-samenleving. En omdat we dan veel minder werken heeft die samenleving misschien ook een nieuw betaal/ruilmiddel nodig.

Het zou bijvoorbeeld zo kunnen zijn dat een robot in de toekomst weet dat we hebben gewerkt en hoeveel we hebben bijgedragen. Een euro is daarbij echt niet meer nodig. Ik loop nu al met plastic en chippies rond in plaats van muntjes en biljetten. De robot weet voor ik het weet dat ik mijn maaltijd eerlijk heb verdiend of er gewoon recht op heb zoals ieder mens. Natuurlijk bouwt de robot voor ieder mens een huis. Dat is immers het doel van de robot. Gek genoeg noemen we dat al mensenrechten en heeft de Verenigde Naties daar al een regel van gemaakt.

De vraag of wij de robot dan de baas kunnen blijven is een bijzondere. Gaat het om de grootste knots of om weten waar de aan/uit knop zit? Dit is meer een ethische vraag en een vraag of we onszelf de baas kunnen blijven. En het is goed je hierbij te realiseren dat af en toe zomaar de stroom uitvalt en we het werk weer zelf zullen moeten doen. Ik kan me nog geen wereld voorstellen waarin het werk helemaal verdwijnt.

De uitdaging wordt vooral de overgang van informatietijdperk naar het mecano-tijdperk. Gaan we eerst weer ruzie maken en oorlog voeren of weten we het dit keer vredig op te lossen. Laten we de omvang van de bevolking ten opzichte van onze voedselproductie en grondstoffen verder uit de hand lopen of weten we die te stoppen? Verbranden we alles wat kan branden of zien we op tijd in dat het anders moet en kan? Kunnen we een nieuw systeem verzinnen dat voor iedereen vrede en gerechtigheid garandeert en ons een veilig en langer leven bezorgd? Kunnen we de overgang zo maken dat vrede ons deel blijft?

Volgens mij kan het, maar lukt het ook?
Wellicht.
Met één stap tegelijk:)
Op naar mijn volgende blog;)

donderdag 9 oktober 2014

Iedere reis begint met de eerste stap

Het leven is voor mij een avontuur dat een verhaal wordt. Het leven biedt vele leerzame en boeiende verrassingen. Het mooiste beeld dat ik van het leven heb is dat van een pad dat leidt naar verlichting. Een vorm van zorgeloosheid, acceptatie en wijsheid. Ik zie daarin geen enkel onderscheid tussen mensen. Wij zijn gelijk, mensen op weg naar onze droom. Als je op de goede weg bent, voel je je gelukkig. Onze verhalen zijn onze voetafdrukken in de tijd.

Maar wat als het tegen zit? Die droom kan ineens vervangen worden door een nachtmerrie, crisis, oorlog met jezelf of met anderen. Een leven waarin je de controle kwijt bent. Want een avontuur brengt je in hachelijke situaties. Je voelt je soms ineens arm en ongelukkig. Als je meer naar jezelf kijkt, voel je je dom of schuldig. Als je meer naar anderen kijkt, voel je je verdrietig of gek.

Sommige nachtmerries zijn volledig zichtbaar voor iedereen. Je wordt achter de tralies gezet, of je komt in de geestelijke gezondheidszorg terecht, of je gaat in een opvanginstelling of naar een ziekenhuis. Maar de meeste mensen die een nachtmerrie meemaken, daar zie je niets aan. Ze gaan aan het werk, ze zitten gewoon thuis en lijken vaak niets te mankeren. Ze zijn gevangen in hun eigen nachtmerrie.

Zorgeloosheid betekent dat je altijd iets positiefs met je situatie doet, waardoor je de controle over je leven weer terug krijgt. Een nachtmerrie kan al je energie opslokken en die energie gaat niet naar je droom. Om uit je nachtmerrie te komen moet je jezelf en anderen vergeven. Dat kan alleen als je accepteert dat niet alles in het leven afloopt zoals je wenst of hoopt. Het leven is een avontuur en verlies en tegenslag hoort daar gewoon bij.

Als je opnieuw energie in je droom wilt steken, zul je moeten opstaan en een nieuwe weg moeten zoeken. Opstaan is je excuses aanbieden. Sorry zeggen. Uit je schulp kruipen. Lef tonen. Verantwoordelijkheid nemen. Opnieuw van jezelf gaan houden. Genoegen nemen met wat je wel kunt en accepteren dat er ook zaken zijn die je niet kunt of nog niet kunt. Om weer op te kunnen staan hebben we soms elkaar nodig. We kunnen ook anderen helpen met opstaan. Door niet zo moeilijk te doen. Een hand toe te steken. Een luisterend oor te hebben. Opstaan is eenvoudiger als je elkaar helpt.

Dromen is niet zonder risico. Veel dromen ontaarden in nachtmerries. Wie zijn dromen waar wil maken moet in actie komen. Een droom komt al dichterbij als je hem met anderen deelt. En even nadenken voor je iets doet, helpt ook. Een droom waarmaken begint met je angsten te overwinnen, door samen met anderen te denken, te delen en te doen. Leven blijft vallen en opstaan totdat je niet meer kunt. Dat maakt het leven leuk. Het is een avontuur en het wordt een mooi persoonlijk verhaal. Een verhaal dat waarde toevoegt. Een verhaal dat de moeite waard is.

Volgens mij zijn er in het leven maar vier valkuilen. Je haalt je eigen droom telkens onderuit, je gelooft er niet in dat jij het bent die droomt. Je steekt geen energie in je droom, iets houdt je tegen, je doet er niets aan. Je krijgt geen hulp van anderen, waardoor middelen, kennis, vaardigheden om je droom te bereiken ontbreken. Of je theorie klopt niet, je moet een andere weg zoeken, opnieuw gaan nadenken. Dromen is het begin van een avontuur, zonder droom geen leven. Niets doen is geen alternatief. So, be careful out there;-)